Media kiezen kant van bancaire schaduwelite in rel om Ewald Engelen

E ind 2014 was er een media-rel over het vorig jaar verschenen boek de Schaduwelite van UvA-hoogleraar Ewald Engelen. Steen des aanstoots was een namenlijst in het boek waarop mensen die in het boek een belangrijke rol spelen, met de kennelijke suggestie dat genoemden de schaduwelite vormen. De criteria voor samenstelling voor de lijst waren niet geëxpliciteerd.

In navolgende beschouw ik de rol van journalistiek als instituut in de (zelfgecreëerde) mediarel. Ik sta voor de samenhangende stellingen dat (i) de lijst gemotiveerd had moeten worden, (ii) reacties van journalisten inhoudelijk noch proportioneel waren (iii) journalisten daarmee, wellicht onbedoeld, objectief verdedigers van het establishment – of zo men wil: de schaduwelite – waren.

1. De lijst had gemotiveerd behoren te worden
Publicisten, en zeker wetenschappers en journalisten, dienen navolgbare uitspraken te doen. Dat dit in de praktijk dikwijls niet gebeurt (ook in de hekelende kranten zelf), ontslaat anderen niet van die plicht. De lijst is overigens niet lastig te motiveren. Er is geen lijst van de financiële elite denkbaar waarop Wientjes, Knot, Rijkman Groenink, Wijffels en Nout Wellink ontbreken. Dat neemt niet weg dat de pointe van de lijst – waren het hoofdrolspelers of leden van de Schaduwelite – alsook explicatie van opnamecriteria ontbraken. Dat is een omissie, of zo men wil: een methodologische fout.

Mijns inziens is van groter gewicht dat de motivatie van Engelen – hij noemde het een gimmick – een stijlbreuk is. De Schaduwelite is een serieus bedoelde en mijns ook ernstig te nemen aanklacht. Daarbij past geen gimmick. Vergelijk dat met de reactie van Piketty op de kritiek van de Financial Times. Paginaslang weerlegde Piketty minutieus de kritiek. Nu is Capital in the Twenty-First Century een ander type boek, maar Engelen had kunnen reageren door alsnog een gedetailleerde motivatie te geven, eventueel onder gelijktijdige onderkenning dat de lijst niet eenduidig is (waarover later meer).

2. De ophef ontstond niet na eigen onderzoek, maar na een zogenoemde bekentenis, die al eerder ‘gedaan’ was in het boek zelf.
De presentator van TV-programma Altijd wat – waarin Engelen de ‘bekentenis’ deed dat hij de lijst niet kon motiveren – stelde dat hij als journalist wetenschappers kritisch heeft te ondervragen. Evenwel, de ontbrekende lijst had vastgesteld kunnen worden door een ieder die het boek doorgebladerd heeft. Er is dus geen nieuws, evenmin was de ‘bekentenis’ zelf nieuw. In het voorwoord van de tweede druk, waarin de namenlijst ontbreekt, stelt Engelen dat de lijst tot teveel onduidelijkheid leidde. De zelfbenoemde kritische houding was wellicht eerder gebrek aan voorbereiding.

3. Niet alleen personen maar journalistieke instituties reageerden
De dag van uitzending schreef de Volkskrant in een nieuwsartikel over de uitzending onder expliciete verwijzing naar Diederik Stapel. Kort en goed: het niet motiveren van een lijst – en dat zelf later onderkennen – is een andere kwestie dan data verzinnen; iets anders suggereren grenst aan het kwaadaardige. Het is daarbij opvallend dat de NCRV aan Peter de Waard van de Volkskrant voorinzage heeft gegeven. Het zou interessant zijn of de NCRV de tekst van de Volkskrant geaccordeerd heeft. Zo niet, dan is dat nalatig, zo wel, dan is dat weinig elegant ten opzichte van de uitgenodigde gast. Hoe dat ook zij, er ontstond een mediarel, waarbij journalisten, columnisten en twittteraars elkaar in hyperbolen overtroffen.

Nu is het punt niet dat twitteraars niet massaal iemand voor rotte vis mogen uitmaken of zijn ontslag mogen vragen. Wat evenwel opviel, was dat journalistieke instanties reageerden. Engelen zou zich volgens een anoniem hoofdredactioneel van de NRC met de „verzonnen” lijst „onsterfelijk” geblameerd hebben, „ontmaskerd” zijn en zijn geloofwaardigheid „om zeep geholpen” hebben. Het FD en RTL gebruikten niet zulke grote woorden maar waren zeer negatief over het ontbreken van een motivatie van een lijst. Dat terwijl de auteur toen al zelf in het voorwoord van een volgende druk waarin de lijst ontbrak al op ingegaan was. Voorts maakten meerdere journalisten zich op twitter vrolijk. Zo herzond Xander van Uffelen, die zichzelf naast chef economieredactie van de Volkskrant ook „heel soms nog (onderzoeks)journalist economie” noemt (mijn cursivering), een tweet van Peter de Waard: „Engelen komt met spijtbetuiging weg. UvA en University Press maken er geen Stapeltje van”.

4. Wijl instituties reageerden, doet geen opgeld: wie kaatst moet de bal verwachten.
Engelen is immer polemisch en scherp. Zo twitterde hij “wat een populistische column van Peter de Waard over Coen Teulings”, toen de Waard de oud-CPB directeur een ”judas” en “lakei” noemde die naar het oordeel van de Waard van het CPB een “bastion van leugen en bedrog” had gemaakt. Dit was weer een reactie op een interview met Teulings over de twijfelachtige voordelen van de euro waardoor het kabinet in verlegenheid was gebracht. Engelen noemde financieel advocaten “diefjesmaten”. Nu, wie kaatst moet de bal verwachten. Het opvallende is echter dat niet zozeer andere columnisten hem de maat namen – die bal moet men inderdaad verwachten – maar dat instituties die geacht worden neutraal te zijn, mede omdat zij definitiemacht en agenderende macht hebben, intervenieerden. Net zoals het NOS Journaal geen oekazes behoort uit te vaardigen tegen critici zoals de PVV, behoren redacties van de Volkskrant en de NRC dat niet te doen.

5. Er is methodologische kritiek te geven
Dit betekent overigens niet dat er geen (wetenschappelijke) kritiek mogelijk is. De schaduwelite is niet alleen de titel van het boek, het is ook het centrale concept. Tegelijkertijd wordt dit concept geconceptualiseerd noch geoperationaliseerd. Het kan als heuristiek opgevat, maar dan is een tweede probleem aan de orde. Engelen stelt dat het politiek-financieel establishment voor 2008 niet als schaduwelite opereerde en daarna wel. Het wordt evenwel niet aangetoond dat in 2008 intra-elite coördinatie toenam en deze lezer is daar ook niet zonder meer van overtuigd.

6. Het boek bevat nieuwe brisante feiten
Het boek ondersteunt de centrale these met meerdere feiten: een schaduwelite blokkeert wettelijke aanpassing van het bancair-fiscale complex waar zij van profiteren. Zo stelt het boek dat toenmalig wethouder van Amsterdam Lodewijk Asscher (PvdA) 2,5 miljoen euro gemeenschapsgeld gaf aan de financiële lobbyclub Holland Finance Centre. Dit is een brisante vorm van staatssteun waarmee de grenzen van corruptie verkend worden. Het is ook saillant gegeven de huidige bezuinigingen in Amsterdam.

7. Journalisten gingen niet in op de inhoud
Geen journalist heeft de Amsterdamse donatie uitgezocht, of Asscher om een reactie gevraagd. Overigens is er evenmin een analyse geweest van het boek van Engelen. Wel waren er interviews en voorpublicaties (de eenvoudigste vormen van journalistiek).

8. Mensen op de lijst reageerden of niet of sportief
Er blijft staan dat sommige mensen op de lijst zich ongemakkelijk hebben kunnen voelen. Ook schept een aantal namen verwarring over de lijst zelf (zoals Engelen onderkent in de tweede druk). Zo was Arnoud Boot lid van de commissie-Wijffels maar hij heeft zich kritisch uitgelaten over de financiële sector, bijvoorbeeld inzake woekerpolissen. Mensen op de lijst reageerden evenwel of niet of sportief: Nout Wellink ging met Engelen in debat bij TV-programma Pauw en Boot schreef een positieve recensie in het Parool. De strategische fout van Engelen wordt hiermee overigens manifest, want de ‘aangeklaagden’ zoals Asscher konden nu eenvoudiger zwijgen. Hoe ook, de kritiek komt dus niet van betrokkenen maar komt van journalistieke instituten die zich namens het establishment kwaad maakten. De hoofdredacties van NRC en Volkskrant lieten alle neutraliteit en gevoel voor verhoudingen varen.

Hoe moet deze reactie geduid worden? Deels is er de zelfbevestigende medialogica waarin ophef nieuws is omdat het nieuws is, zelfs als het nieuws zelfgecreëerde is. Er is ook een psychologische en een sociologische achtergrond, die elkaar overigens niet uitsluiten. Engelen is in de Schaduwelite kritisch over de media. Zo hekelt hij het FD dat stelselmatig bijzonder hoogleraren die betaald worden door accountants aan het woord laat over belastingontduiking, zonder de belangenverstrengeling te vermelden (en daarmee zelf onderdeel van belangenverstrengeling te worden). Ook over Peter de Waard was Engelen kritisch, ironisch genoeg nadat de Waard een hekelcolumn schreef over Teulings. Persoonlijke motieven kunnen dus niet uitgesloten worden.

De verkettering was echter zo massaal, unisono en disproportioneel, dat er mogelijk meer aan de hand is. Door de aanklacht zelf niet te beoordelen heeft de journalistiek objectief de zijde gekozen van de partij die door Engelen aangeklaagd wordt. Je hoeft geen socioloog te zijn om je af te vragen of dat in een tijd van private eigenaren van nieuwsmedia niet precies de objectieve bedoeling was.

Tags: , , , , , , , ,

Over David Hollanders

David Hollanders is als post-doc verbonden aan het Amsterdams Instituut voor Arbeidsstudies (AIAS). Hij schrijft regelmatig over pensioenen en banken.

Nog geen reacties.

Reageer