Rob Wijnberg en het woord ‘tolerantie’

Op De Correspondent weer een stuk van Rob Wijnberg waarbij hij iets op het spoor is, maar feitelijk aan de oppervlakte blijft met zijn analyse (net als destijds met zwarte piet). Tolerantie is het verkeerde woord als je het hebt over de plek van homoseksuelen in de samenleving, stelt hij. Precies! Maar dat is nog maar het begin.

Het ongemak met het woord tolerantie, dat Rob Wijnberg benoemt, heeft diepere wortels. Waarom? Omdat iedere zelfverklaarde heteroseksueel daarvoor zijn eigen heteronormen onder de loep moet nemen. Omdat onze heteronormatieve cultuur maakt dat hetero’s ‘moeite’ hebben met alles wat afwijkt van die normen en omdat de genoemde ‘tolerantie’ dus eerder voortkomt uit een behoefte van hetero’s zelf – en hun geprivilegieerde positie in de samenleving –  dan van mensen die afwijken van de standaard. It’s not about them, it’s about you.

Het draait hier kortom om het grote verschil tussen ‘liberal tolerance’ en werkelijke, radicale emancipatie. Waar liberalen een samenleving zien met een diversiteit aan individuen met uiteenlopende voorkeuren die ooit ergens (fictief) een sociaal contract met elkaar zijn aangegaan en met elkaar omgaan volgens het schadeprincipe van Mill, zien proponenten van radicale emancipatie wezenlijke structuren van onderdrukking. Emancipatie betekent het veranderen van de dieptestructuur van die samenleving. Niet alleen het verwisselen van het ene werkwoord voor het andere.

Lees hier het stuk van Wijnberg.

Tags: , ,

2 Responses to “Rob Wijnberg en het woord ‘tolerantie’” Subscribe

  1. martina smits 8 augustus 2014 at 09:57 #

    deze one-liners maken nieuwsgierig, overtuigen echter nog niet van de beleden noodzaak van radicale emancipatie en de oppervlakkigheid van Wijnbergs analyse. Verklaar je nader!

    • Dylan van Rijsbergen 16 augustus 2014 at 16:37 #

      Beste Martina Smits,

      Wat me opvalt bij de analyse die Rob Wijnberg destijds uitvoerde rondom Zwarte Piet en nu weer over homo-emancipatie is dat hij zelf toeschouwer is. Natuurlijk is hij als toeschouwer hartstikke tolerant, hij ziet homoseksuelen niet als afwijkend en hij is kleurenblind. Hij oordeelt over een wereld waar hij zelf bijna geen deel van uitmaakt, behalve als beoordelaar.

      Discriminatie en uitsluiting van homoseksuelen is echter niet los te zien van de wijze waarop gender in onze samenleving wordt geconstrueerd. Onze notie van mannelijkheid impliceert altijd al een hiërarchie waarbij de alfa-man bovenaan staan en meer feminiene mannen (en vrouwen) onderaan. Daarom is tolereren ook zo’n ongemakkelijk woord: iemand die wel voldoet aan heteronormatieve mannelijkheidsnormen ‘tolereert’ iemand die dat niet doet. Hier is dus sprake van een machtsrelatie.

      Radicale emancipatie betekent dat we niet halt houden bij liberale tolerantie (waarbij allerlei ongelijkheid tussen genders in stand blijft) maar proberen hegemoniale mannelijkheid ‘omver te werpen’. Dat betekent geen stap richting androgynie, maar wel een loskoppeling van gender en macht. Echte diversiteit dus. Dat is een utopisch streven dat wellicht nooit helemaal behaald wordt, maar zeker de moeite waard om als punt aan de horizon in gedachten te houden.

      Het omverwerpen van hegemoniale mannelijkheid betekent dat je als heteroseksuele man geen toeschouwer kan zijn, maar ook kritisch kijkt naar welk sociale dividend jijzelf ontvangt van het hegemoniale mannelijkheidsideaal.

Antwoord aan Dylan van Rijsbergen