Wij, vrienden van Israël

I n Gaza draait de vleesmolen op volle toeren. Operatie Protective Edge heeft tot nu toe aan Palestijnse zijde meer dan 1.000 slachtoffers geëist. Meer dan 6.000 zijn er gewond geraakt. Meer dan 3.000 woonhuizen zijn vernietigd. Ziekenhuizen, klinieken en scholen worden voortdurend gebombardeerd. Een humanitaire ramp waar het onderscheid tussen Hamas-strijders en burgers, het onderscheid tussen mannen en vrouwen en het onderscheid tussen volwassenen en kinderen niet meer dan statistiek is.

Voor ik verder ga wil ik in ieder geval duidelijk maken dat ik geen onverdeelde Hamas voorstander ben. Tussen de feiten en retoriek door is het moeilijk om te bepalen of Hamas nou wel of niet antisemitisch is. Of ze nou wel of niet burgers als menselijk schild gebruiken. Maar antisemitisme, het gebruik en misbruik van burgers in Gaza en de beschietingen van burgerdoelen in Israël keur ik ondubbelzinnig af. Zelfs als de beschietingen gerechtvaardigd worden als het verzet tegen een onrechtmatige bezetter. Antisemitisme en burgers (Palestijnen en of Israëliërs) gebruiken als instrument van verzet zijn overal en altijd onacceptabel. Dit zijn mijn ethische dogma’s.

Waar ik echter diep over verontwaardigd ben is hoe de discussie, hoe summier deze helaas ook is, wordt gevoerd in Nederland. De discussie wordt op twee manieren gevoerd. Allereerst is er de overtuiging dat Israël het recht heeft zichzelf te verdedigen maar worden er voorzichtig vragen gesteld over de proportionaliteit van het Israëlische geweld. Aan de andere kant is er een discussie over het aanhoudende of misschien wel groeiende antisemitisme in Nederland, in het bijzonder onder allochtonen. In dit artikel heb ik helaas alleen ruimte om in te gaan op het eerste punt. Al wil ik toch gezegd hebben dat de focus op antisemitisme in Nederland een debat is dat afleidt van het onrecht en de ellende die alledaagse werkelijkheid zijn voor de Palestijnen in Gaza.

Het wekelijkse gesprek met de premier op 11 juli j.l. is een prima voorbeeld om het eerste punt aan de orde te brengen. De redenering gaat in het kort als volgt. Het Israëlische militaire optreden is een uitoefening van het recht op zelfverdediging. Hamas gebruikt namelijk burgerdiensten als scholen en ziekenhuizen in Gaza om geavanceerdere raketten af te vuren die steden als Jeruzalem en Tel-Aviv kunnen bereiken. Hiermee brengt Hamas zowel de burgers van Gaza in gevaar door hen als menselijk schild te gebruiken als burgers van Israël in gevaar door hen het doel te maken van de raketaanvallen. Ik maak de redenering voor het gemak af voor de premier. Ergo, al het bloed kleeft aan de handen van Hamas.

Tijdens het interview stelde de journalist de voor de hand liggende vraag, ‘maar is het geweld dat Israël gebruikt wel proportioneel?’ De premier vond van wel, vooral omdat buitenproportioneel geweld Hamas in de kaart zou spelen. Op deze laatste merkwaardige en obscene hersenkronkel kom ik zo dadelijk terug. Maar laten we beginnen bij de vraag naar proportionaliteit. Proportionaliteit is niet meer dan een duur woord dat de vraag opwerpt, ‘hoeveel burgers mag dat kosten?’ “On ne saurait faire d’omelette sans casser des œufs”. Een uitspraak die stamt uit de Franse Revolutie waarin wordt gesteld dat het bereiken van sommige doelen, in dit geval de zelfverdediging van Israël, noodzakelijkerwijs gepaard gaat met het maken van offers, in dit geval burgerslachtoffers. In essentie is de vraag naar proportionaliteit; ‘hoeveel Palestijnse eieren mogen er gebroken worden om de Israëlische omelet te bakken?’

Maar deze vraag over proportionaliteit komt pas aan de orde als aannemelijk gemaakt is dat de onschuldige Palestijnse burgers de rol van de spreekwoordelijke gebroken eieren moeten spelen. Waarom is het gerechtvaardigd dat er onschuldige Palestijnen, al is het er maar één, geofferd moet worden als het gaat om een conflict tussen Israël en Hamas? Als we over Hamas spreken hebben we het namelijk over iets anders dan als we het over Palestijnse burgers spreken. Voordat we gaan cijferen met mensenlevens moet er op zijn allerminst duidelijk zijn dat het, voor zover dat überhaupt mogelijk is, om de juiste mensenlevens gaat en niet om mensen die per ongeluk tussen de meedogenloze vuurlinies geraakt zijn. Mij kan worden verweten dat ik nu te idealistisch ben en dat bij militair ingrijpen nou eenmaal de kans bestaat dat er slachtoffers vallen. Maar het attenderen op de kans op slachtoffers is toch heel wat anders dan het legitimeren van het feit dat er slachtoffers vallen. Dit soort geveinsde realisme is niet meer dan koude Stalinistische retoriek. Maar aangezien de Nederlandse politiek wegloopt met ijskoude Siberische drogredenen kunnen we kijken of het begrip proportionaliteit dan op zijn minst juist gebruikt wordt.

Het eerste dat opvalt is dat het principe van proportionaliteit maar aan één kant namelijk de Palestijnse kant wordt toegepast. Waarom is het niet ‘im Frage’ wat het aantal slachtoffers mag zijn dat aan Israëlische kant mag vallen voordat zij gelegitimeerd tot zelfverdediging mogen overgaan. Wat is de aanvaardbare proportie agressie voordat mag worden overgegaan tot de aanvaardbare proportie zelfverdediging? Het is toch op zijn minst opmerkelijk dat er alleen publiekelijk gespeculeerd wordt over welke aantallen Palestijnse slachtoffers al dan niet acceptabel zijn. Wat is het relevante verschil tussen een Palestijnse burger een Israëlische burger? Waarom wel cijferen met het ene leven en niet met het andere?

Het enige verschil tussen de Palestijnse en Israëlische burger is dat beiden weliswaar mensenrechten hebben, die zijn immers universeel. Toch kan er maar één van de twee burgers deze rechten daadwerkelijk afdwingen. Anders dan voor de Israëlische burgers is er simpelweg geen instantie die garant kan staan voor de Palestijnse mensenrechten. En wat heb je dan aan die mensenrechten als ze in tijden van nood een mooi symbool zijn maar nooit opgeëist en verwezenlijkt kunnen worden? Helaas, als je rechten niet kan afdwingen mag je geofferd worden aan de cijferende Goden van de Proportionaliteit. Zoals Cicero fraai wist te verwoorden, ‘in tijden van oorlog zwijgen de wetten’.

Laat ik nu terug komen op ‘de kronkel van Rutte’. Toen de interviewer de premier vroeg of het geweld dat Israël gebruikt wel proportioneel is antwoordde Rutte bevestigend. “Des te meer omdat buitenproportioneel geweld Hamas in de kaart zou spelen.” Laten we dit gedrocht van een argument eens van dichtbij bekijken. Volgens de premier is de indicator of het geweld proportioneel is, dat wil zeggen, of het aantal slachtoffers dat aan Palestijnse kant acceptabel is, afhankelijk van de mate waarin Hamas in de kaart gespeeld wordt. De premier heeft werkelijk een fregat aan planken voor zijn kop als hij meent dat ‘het in de kaart spelen van Hamas’ de indicator is voor proportionaliteit. Elk weldenkend mens begrijpt wel dat het gaat om het aantal onschuldige slachtoffers dat elke dag weer gemaakt wordt door het Israëlische leger. Het gaat om mensen meneer Rutte. Mensen die geïsoleerd in een gevangenis leven. Een gevangenis die niet alleen onschuldige Palestijnse burgers onterecht opsluit maar ook de mogelijkheid tot het vluchten van de onvermijdelijke Israëlische bommen onmogelijk maakt. Zoals de heer van Agt in zijn open brief naar u zeer terecht opmerkt, ‘waar blijft uw empathie voor die mensen?’ Of blijft Nederland blind voor het verdriet van de Palestijnen en in recht en onrecht de trouwe vriend van Israël?

Tags: , ,

Over Hafez Ismaili m' Hamdi

Hafez Ismaili m'Hamdi heeft aan het Koninklijk Conservatorium Jazzgitaar gestudeerd en is werkzaam als docerend en uitvoerend musicus. Verder heeft hij wijsbegeerte in Leiden en Utrecht gestudeerd en werkt nu als promovendus aan de ErasmusMC afdeling Medische Ethiek en Filosofie.

One Response to “Wij, vrienden van Israël” Subscribe

  1. AA 29 juli 2014 at 19:28 #

    Ieder mens heeft een sociale waarde. Bij het bepalen van iemands waarde wordt er gekeken naar ras,nationaliteit, etniciteit, religie, persoonlijke financieen, nationale financieen, bekendheid, leeftijd en voorgeschiedenis van het volk. Een Amerikaanse studie heeft ooit berekend hoeveel mensen met een bepaald nationaliteit of ras dezelfde sociale waarde hebben als 1 Amerikaan. In die tijd was het volgens mij een miljoen afrikanen staan gelijk aan 1 amerikaan.

    wat ik hiermee wil zeggen is dat palestijnen de pech hebben dat voor de meerderheid moslim, arabisch en als land arm zijn. Daarnaast hebben ze geen band met europa. Hun vijand, echter wel.

    Rutte maakt ook een simpel rekensommetje in zijn hoofd. Ze zijn sociaal bijna niets waard en internationaal vormen ze geen bedreiging. De keuze is al snel gemaakt.

    Triest, maar waar.l

Reageer