Over Ewald Engelen en een a-sociaal leenstelsel

D e ‘onderwijspartijen’ D66 en GroenLinks zijn akkoord gegaan met het leenstelsel. Voorstanders bagatelliseren de gevolgen van deze verandering. Maar de invoering van het sociaal leenstelsel betekent een radicale transformatie van de financiering van het hoger onderwijs. Het betekent de afschaffing van een op solidariteit gebaseerd stelsel dat de basis vormde voor de democratisering van het onderwijs, dat gericht was op sociale stijging. De studiebeurs was een belangrijk onderdeel van het streven naar een samenleving waarin iemands sociaaleconomische achtergrond – klasse – niet langer als een hindernis functioneerde. Doel was, kortom, de reproductie van sociale ongelijkheid tegen te gaan.

De afschaffing van de studiebeurs en de invoering van een sociaal leenstelsel is de uitdrukking van een maatschappijbeeld waarin niet de samenleving als geheel maar de individuele student verantwoordelijk is voor zijn of haar ontwikkeling. In dit beeld is niet langer het streven naar emancipatie dominant, maar de eigen verantwoordelijkheid van individuen. Het betekent ook dat het eventuele succes van studenten in hun latere carrière enkel een individuele verdienste is, wat de legitimiteit van een progressief belastingstelsel verder ondermijnt. Dat GroenLinks en de PvdA medeverantwoordelijk zijn voor dit beleid is dan ook tekenend voor het gebrek aan perspectief in ‘linkse’ kring.

Ook Ewald Engelen verdedigt het leenstelsel, dat hij een zegen noemt. Hiervoor draagt hij het valse argument aan dat de studiebeurs een uitdrukking is van omgekeerde solidariteit: laagopgeleiden betalen de opleiding van hoogopgeleiden. Dat is een vreemd argument. Het is gebaseerd op een simplistische voorstelling van Nederlandse klassenverhoudingen. Ten eerste: de studiebeurs maakte het nu juist mogelijk dat de zoon van bouwvakker ook naar de universiteit kon. Ten tweede, de studiebeurs is er niet alleen voor toekomstige managers en welgestelde IT-professionals, maar moest ook de opleiding van – bijvoorbeeld – verpleegkundigen, docenten geschiedenis en gemeentelijke ambtenaren mogelijk maken: niet bepaald grootverdieners. Sterker nog, veel studenten op het MBO hadden recht op studiefinanciering. Zij betalen nu een grote prijs voor deze maatregelen.

Daarnaast is de tegenstelling arm en laagopgeleid versus hoogopgeleid en geprivilegieerd problematisch: juist in een postindustriële samenleving als de onze ‘proletariseert’ hoogopgeleide, intellectuele arbeid. Ook universitair geschoolden krijgen steeds vaker te maken met het freelancer bestaan, met flexibele contracten en lagere inkomsten. Kortom: veel mensen met een universitaire of HBO-opleiding zijn gewone werknemers met gewone inkomens.

Bovendien lijkt Ewald Engelen niet te begrijpen hoe klasse ‘werkt’. De door hem bejubelde maatregel dreigt immers sociale stijging te blokkeren: kinderen uit gezinnen waarin academische vorming niet per se gezien wordt als essentieel cultureel kapitaal en waarin het maken van schulden terecht als zeer bedreigend wordt gezien zullen minder snel kiezen voor een dure studie. De maatregel verdiept zo de kloof tussen hoog- en lageropgeleiden en reproduceert reeds bestaande, ongelijke verhoudingen. Het idee dat het leenstelsel de uitval onder studenten zal tegengaan verraadt overigens een plat, economisch mensbeeld. Het is niet ondenkbaar dat juist studenten uit ‘armere’ sociale milieus – uit angst voor schulden – meer gaan werken, waardoor zij minder tijd hebben voor hun studie en sneller zullen uitvallen.

Tags: , , ,

One Response to “Over Ewald Engelen en een a-sociaal leenstelsel” Subscribe

  1. Stijn 23 oktober 2014 at 13:43 #

    Ik denk dat je de voorwaarden niet helemaal goed doorgelezen heb. De aanvullende beurs blijft bestaan en wordt met 100 euro verhoogd voor kinderen van ouders met een gezamenlijk inkomen van €33.000 euro, aflopen tot €46.000. De toegankelijkheid blijft dus gewaarborgd. Daarnaast worden de nieuwe aflossingsvoorwaarden echt veel soepeler en ga je alleen aflossen als je meer dan minimumloon verdient. Nu kun je maximaal 12% van je inkomen kwijt zijn aan je schuldaflossing, dat wordt dadelijk maximaal 4% en gemiddeld 1%.
    En waarom is het goed dat het ingevoerd wordt: het hoger onderwijs kost de overheid jaarlijks €7miljard, waarvan €3miljard opgaat aan studiefinanciering. Als er niets gedaan wordt, zal dit nog verder scheef gaan groeien. Met deze maatregelen wordt €1miljard per jaar bespaard dat naar de kwaliteit van hoger onderwijs gaat. Ook krijgen studenten medezeggenschap over hoe dit geld te investeren. Nu hebben ze alleen een advies, die de bobo’s naast zich neer kunnen leggen.
    Dus kap nu eens met deze bangmakerij en kijk eens heel goed naar het voorstel zoals het er nu ligt!

Reageer