Europa heeft geen cultureel, maar een politiek probleem

E en kleine twee jaar geleden stelde Thierry Baudet in zijn H.J. Schoo-lezing dat Europa voor een keuze staat: georganiseerde ontbinding of een gewelddadige explosie. Aan de basis van deze provocatieve stelling lag de gedachte dat Europa te divers is om het tot een politieke eenheid om te smeden. Het gros van de nieuw- en oud-rechtse eurosceptici vallen op dit idee terug. Hun oplossing? Europa kan hoogstens een los samenwerkingsverband worden tussen verschillende naties die elk hun onophefbare eigenheid hebben. Het idee van ‘minder Europa’ berust hoofdzakelijk op dit denkbeeld.

Aan de basis van dit euro-sceptische standpunt ligt een politieke filosofie die het best kan omschreven worden als nationaal-liberalisme. Het vertrekpunt van dit nationaal-liberalisme is de gedachte dat een liberaal-democratische staat pas kan functioneren wanneer er een nationale identiteit bestaat die leden van de politieke gemeenschap met elkaar delen. Deze gedeelde, nationale identiteit zorgt ervoor dat de diversiteit van een liberaal-democratische staat niet ontaardt in onoverbrugbare verdeeldheid of sektarisme. Voor de nationaal-liberaal is de nationale of culturele identiteit de lijm die de politieke gemeenschap bijeenhoudt.

Deze gedachte wordt niet enkel onderschreven door rechtse eurosceptici. Vele politici, opiniemakers en academici hanteren – al dan niet bewust – het nationaal-liberalisme als denkkader. Het volstaat om een korte blik te werpen op het hele debat omtrent multiculturalisme. Volgens de talrijke tegenstanders van de multiculturele samenleving ondermijnt de veelheid aan minderheidsculturen het gezonde functioneren van de liberaal-democratische staat. De verschillen tussen culturen zouden naar hun idee leiden tot culturele en politieke conflicten die de gemeenschap verscheuren. Vandaar dat integratie en assimilatie als ‘oplossing’ naar voor worden geschoven. De evidentie waarmee integratie en assimilatie als ‘oplossing’ worden beschouwd, is rechtevenredig met de stilzwijgende aanname van een nationaal-liberaal denkkader. Vandaar dat het ook verre van toeval is dat de zwaarste eurosceptici ook de hevigste tegenstanders zijn van een multiculturele samenleving.

Gemeenschap en politiek

De achilleshiel van het nationaal-liberalisme is niet de gehechtheid aan het liberaal-democratische stelsel, maar het poneren van een nationale gemeenschap die zogezegd de voorwaarde vormt voor het goed functioneren van het liberaal-democratische bestel. Om preciezer te zijn: het is het statuut dat aan die nationale gemeenschap wordt toegekend, dat problematisch is. Nationaal liberalen beschouwen de nationale of culturele gemeenschap als een entiteit die aan het politieke functioneren voorafgaat. Het gaat dus om een pre-politieke culturele identiteit. Een identiteit en collectieve cultuur die niet bemiddeld is door politiek, maar de mogelijkheidsvoorwaarde vormt voor politiek.

De cruciale vraag is echter of een prepolitieke vorm van gemeenschap mogelijk is. Dat lijkt hoogst twijfelachtig. Het zou dan om een spontane gemeenschap gaan die los van machtsinterventies tot stand komt en wordt gereproduceerd. Een natuurlijke, spontane lotsgemeenschap die op al even spontane wijze een bepaald waarden- en normenpatroon ontwikkelt. Het klinkt mooi, maar het is je reinste fictie.

Iedere gemeenschap kent een politieke oorsprong. Politiek in de zin dat een gemeenschap steeds het product is van een macht die de gemeenschap afbakent en de condities voor haar reproductie instelt. Een culturele gemeenschap is niet de oorzaak van een politieke constellatie als de natiestaat, maar het product ervan. Het volstaat om een geschiedenisboek open te slaan om ons van die fundamentele waarheid te vergewissen.

Hardwerkende Germanen

Collectieve, culturele identiteiten zijn steeds politieke constructies. Wanneer dit inzicht uit het oog verliezen, heeft dat drastische gevolgen voor zowel de manier waarop we naar politiek kijken als de manier waarop we politiek bedrijven. Toegepast op Europa: als de diagnose algemene ingang vindt dat Europa niet werkt omdat er te grote culturele verschillen zijn, dan worden in wezen politieke problemen geculturaliseerd. Zodoende worden ze uit het domein van de politieke discussie gehouden.

Eén van de meest opvallende culturaliseringen binnen Europa heeft betrekking op de schuldencrisis. Toen landen als Griekenland, Spanje en Portugal in de problemen kwamen met hun begrotingen, was het niet lang wachten op politici en opiniemakers die wezen op de verschillen tussen de Noord-Europese en Zuid-Europese cultuur als verklaring voor de schuldencrisis. De economische crisis werd gezien als een culturele breuk tussen hardwerkende, zuinige Noord-Europeanen en potverterende, corrupte Zuid-Europeanen. De ‘siëstacultuur’ moest worden beteugeld via hardvochtige besparingsmaatregelen, opgelegd vanuit Europa. Door dit soort ‘oplossingen’ werd de politieke dimensie van de schuldencrisis volledig uitgebannen.

Wat de schuldencrisis bovenal liet zien was een gebrek aan politieke eenheid en solidariteit binnen Europa. Dat is geen cultureel probleem, maar een politiek probleem dat terug te voeren valt op de manier waarop Europa zelf politiek werd vormgegeven. Het Europese project is ontstaan als een economisch samenwerkingsverband met een neoliberale inslag, waaraan later een politieke laag werd toegevoegd. De twee grootste effecten van dit beleid zijn een groeiend sociaal conflict en een ernstig democratisch tekort. Het zijn deze effecten – in tegenstelling tot culturele factoren – die de verdeeldheid binnen Europa creëren.

Dat uit zich in een Europa waarin concurrentie, privatisering en liberalisering voortdurend worden gestimuleerd en geïmplementeerd, ten nadele van solidariteit en samenwerking. Het gevolg hiervan is dat staten en burgers als concurrenten tegenover elkaar komen te staan. Het gebrek aan minimumlonen bijvoorbeeld leidt tot een race to the bottom in verschillende sectoren. Deze race to the bottom wakkert op zijn beurt nieuwe vormen van racisme aan. Als bouwvakker zou je voor minder een Pool (en dé Polen) minachten die onder de gangbare prijs werken en zo het loon in de sector laat zakken.

Bovenop het verdeeldheid zaaiende economische beleid, komt de gammele democratische constructie die Europa is. Eén van de fundamentele problemen binnen de huidige Europese constructie is de onzichtbaarheid van de macht. Wie er wat beslist en op welk moment, valt nauwelijks te controleren. Dit gegeven staat is omgekeerd evenredig aan de invloed die Europa heeft op het leven van de doorsnee Europeaan. Wanneer Europa dan beslissingen neemt die regelrecht indruisen tegen het belang van die doorsnee-Europeaan, dan wordt het heel moeilijk voor die Europeaan om zijn politieke woede en kritiek tegen een specifieke instantie te richten. Wat overblijft is een ongekanaliseerde woede tegen Europa op zich. Ziedaar de voedingsbodem voor het anti-Europees sentiment waar rechtse krachten gretig op inspelen.

Wat vele pro-Europese politici niet lijken te begrijpen is dat het neoliberale en ondemocratische politiek-economische beleid de verdeeldheid aanwakkert die ze tegen elke prijs willen ombuigen in eenheid. Het is Europa zelf die de sleutel tot eenheid of verdeeldheid in handen heeft. Culturele verschillen of spanningen zijn in wezen de reflectie van een bepaald soort politiek beleid. Pas als iedereen daarvan overtuigd is kan de politieke discussie over Europa echt beginnen.

Tags: , , ,

Thomas Decreus (Kortrijk, 1984) studeerde geschiedenis en filosofie aan de KUL. Aan diezelfde instelling werkt hij momenteel aan een doctoraat dat de conceptuele linken wil blootleggen tussen (politieke) representatie, hegemonie en macht. Daarbij focust hij op auteurs als Pitkin, Laclau, Mouffe, Gramsci en Lefort. Hij is ook auteur van het boek Een paradijs waait uit de storm. Over markt, democratie en verzet (EPO 2013) en was mede-organisator van de SHAME-betoging op 23/01/11.

Nog geen reacties.

Reageer