Houd het conflict over gelijkheid zichtbaar

D e nieuwe Wet Gelijke Behandeling trekt een rookgordijn op door de rechten van de homo boven de rechten van de christen te stellen en ter compensatie discriminatie oogluikend toe te staan. Daar wordt niemand beter van.

Vandaag debatteert de Tweede Kamer over afschaffing van de enkele-feitconstructie, het omstreden wetsartikel dat religieuze scholen de mogelijkheid biedt om homoseksuele leraren te ontslaan. D66, VVD, PvdA, SP en GroenLinks willen met een alternatief wetsvoorstel bijdragen aan een ‘homovriendelijker klimaat’ op school.

Zij beogen een aanpassing van de huidige Wet Gelijke Behandeling, die een religieuze school onder twee voorwaarden ruimte biedt om homoseksuele leraren te ontslaan. Allereerst mag de school slechts op religieuze gronden leraren afwijzen. Daarnaast moet zij aantonen dat zij de homoseksuele leraar niet vanwege het enkele feit van geaardheid ontslaat. Náást homoseksualiteit moet, kortom, een tweede argument op tafel komen. ‘Zoekt, en gij zult vinden’, zeggen sceptici: wie echt wil ontslaan, vindt altijd een excuus. Discriminatie die de wet verbiedt, wordt via een schimmige constructie goedgepraat.

Ik zal de laatste zijn om homodiscriminatie toe te juichen – als homoseksueel ken ik mijn belangen. Juist daarom erger ik me aan de ondoordachte afschaffing van de enkele-feitconstructie, waaraan homo’s veel te danken hebben. Dit standpunt vraagt om uitleg, want het tegendeel lijkt waar. Zet een individuele homoleraar tegenover een orthodox-christelijk schoolbestuur, en het pleit lijkt beslecht. ‘In zo’n geval zou het belang van een individueel recht – niet gediscrimineerd worden – zwaarder kunnen wegen dan het belang van het collectieve aspect van de vrijheid van godsdienst’, schrijven de voorstanders van afschaffing.

Dat klinkt verstandig, maar is dat allerminst. Want een individu wordt nooit alleen als individu gediscrimineerd. Dat noemen we gewoon pesten. Van discriminatie is pas sprake als een individu tot een groep gerekend wordt – homo’s – en daarom wordt achtergesteld. In artikel 1 van onze grondwet verplicht de Nederlandse staat zichzelf haar burgers te beschermen tegen discriminatie ‘wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook’. Daarom mag een christen een homo niet achterstellen, terwijl een homoseksueel de godsdienst van een christen heeft te respecteren.

Hierdoor komen twee groepen tegenover elkaar te staan. Een homo zal zeggen dat openlijk homo-zijn een democratisch recht is. Stiekem homo zijn kan immers, mits zorgvuldig uitgevoerd, zelfs in de ergste dictatuur. Een orthodoxe christen zal op basis van datzelfde recht claimen dat hij de vrijheid heeft zijn kinderen naar een échte christelijke school te sturen, op Bijbelse gronden en dus zonder homo’s. Hij heeft evenveel recht om zich met andere individuen te verenigen en naar eigen normen, zeden en gewoontes te leven. Hoe lost de overheid dit dilemma op?

De enkele-feitconstructie biedt uitkomst. Enerzijds waarborgt het de godsdienstvrijheid door orthodoxe christenen het recht op scholen met eigen leefregels te geven. Anderzijds zet het scholen aan om kleur te bekennen als hun leefregels leiden tot uitsluiting van andersdenkenden. Homo’s weigeren mag, maar slechts met een religieuze argumentatie die in de rechtbank wordt getoetst. De enkele-feitconstructie geeft de gediscrimineerde homo daarbij een minimale ontslagbescherming: hij mag niet alleen vanwege zijn homoseksualiteit de deur worden gewezen. Verder kan de overheid, met oog op gelijke behandeling, niet gaan.

Dit is een helder en zuiver verhaal. Dat geldt niet voor het initiatief van de afschaffers. Hun wetsvoorstel zet de gelijke behandeling juist onder druk. De nieuwe wet bepaalt namelijk dat scholen alleen onderscheid mogen maken op basis van godsdienst, levensovertuiging of politieke gezindheid. Openlijke afwijzing op andere gronden – geslacht, seksuele geaardheid – is voortaan verboden.

De Raad van State heeft hier haar zorg over uitgesproken. Hoe wordt de vrijheid van godsdienst hierdoor gewaarborgd? Hoort seksuele moraal voortaan niet meer bij religie? Wat geeft buitenstaanders het recht om die beslissing namens gelovigen te nemen?

De afschaffers hebben hierna besloten om impliciete discriminatie van homoseksuelen stilletjes te gedogen. Hoewel een school niet langer openlijk homoseksuelen mag afwijzen, mag zij wel eisen dat een personeelslid zich persoonlijk houdt aan de ‘vermelde grondslag van de stichting waarvan de school uitgaat’. Voorwaarde is dan dat de rechter deze eis ‘passend’ acht, met oog op behoud van een christelijke identiteit.

Hierdoor raken niet alleen christenen, maar ook homo’s van de regen in de drup. Feitelijk wordt christelijke scholen meegegeven dat ze homoseksuelen mogen weren, mits ze het h-woord niet gebruiken. Met een wazige redenering over grondslagen en leefwijze kan de school er nog altijd mee wegkomen.

De initiatiefnemers denken dat het zover niet komt: ‘A fortiori mag worden betwijfeld of indirect onderscheid passend en noodzakelijk kan zijn, indien het gebaseerd is op veronderstellingen over seksueel gedrag’. De wet biedt een theoretische uitweg voor christenen, maar geen weldenkende rechter zal daar naar hun verwachting mee instemmen. Hoe kan een ontslag op basis van iemands seksleven ‘passend’ zijn?

Dit alles getuigt van een ontstellende naïviteit, alsof de praktijk van discriminatie zich bij wet laat uitbannen, alsof scholen dan geen andere manieren vinden om homoseksuelen de deur te wijzen.

Geef mij dan de enkele-feitconstructie maar. Wat lijkt op een schimmige constructie getuigt van een doordacht pragmatisme. Discriminatie op basis van godsdienst en seksuele geaardheid zijn verboden. Waar een conflict tussen beide ontstaat moet de groep die onderscheid maakt in de rechtbank kleur bekennen. De andere groep kan zich daar vervolgens tegen verzetten.

Het nieuwe wetsvoorstel beperkt de godsdienstvrijheid van gelovigen en maakt homo-discriminatie onzichtbaar. Dat levert alleen maar verliezers op.

Een ingekorte versie van dit stuk verscheen op 9 april in dagblad Trouw.

Tags: , , , ,

Bram Mellink is historicus en auteur van Worden zoals wij. Onderwijs en de opkomst van de geïndividualiseerde samenleving sinds 1945, dat verscheen bij uitgeverij Wereldbibliotheek.

Nog geen reacties.

Reageer