De waarheid van Wilders

O og om oog, tand om tand. Met die gedachte roept de PVV nu op om aangifte te doen tegen Samsom en Spekman. Wilders stelt dat de PvdA-leiders veel verder zijn gegaan in hun uitlatingen over Marokkanen dan hijzelf.

Het is een illustratie van de heersende onduidelijkheid over welke grens nu eigenlijk is overschreden, waar benoemen ophoudt en waar racisme begint.

Rutte stelde dat Wilders ditmaal te ver was gegaan, omdat hij een gehele bevolkingsgroep heeft weggezet. Alsof het niet altijd al de belangrijkste missie van de PVV is geweest om een gehele bevolkingsgroep – Nederlandse moslims – als een blok in het beklaagdenbankje te zetten.

Wilders is te ver gegaan, zo horen we, omdat hij mensen beoordeelt op hun afkomst. Maar is dat niet wat we in de Nederlandse samenleving continu doen, mensen beoordelen op grond van hun afkomst? Misdaadstatistieken worden al sinds jaar en dag uitgesplitst op basis van etniciteit. Prominente intellectuelen als Paul Scheffer wijzen al langer op de culturele achtergrond van etnische minderheden als belangrijkste verklarende factor voor sociale problematiek.

De verwachting dat de politieke macht van Wilders nu voorgoed is gebroken, zoals Bas Heijne onlangs verkondigde in NRC, is daarom voorbarig. Tijdens de persconferentie over zijn uitspraken was Wilders weer als vanouds in zijn element. Journalisten stonden geheel machteloos tegenover zijn doortimmerde retoriek en zijn aanhoudende beroep op ‘de waarheid’. In de analyses na afloop werd deze journalistieke onmacht als vanouds verklaard vanuit Wilders’ politieke behendigheid. Deze verklaring verhult het feit dat de waarheid van Wilders diep verankerd is in onze samenleving

Wilders put zijn zelfvertrouwen uit de wetenschap dat zijn focus op etniciteit zo breed wordt gedeeld, dat het als waarheid kan doorgaan. Het leggen van een causaal verband tussen afkomst en criminaliteit is in Nederland in brede kringen geaccepteerd geraakt. In het afgelopen decennium is het denken over sociale problematiek doorgeschoten van een nadruk op sociaaleconomische omstandigheden naar een obsessie met etniciteit en cultuur. Het wijdverspreide idee dat de cultuur van Marokkaanse Nederlanders de hoofdoorzaak is van criminaliteit leidt haast automatisch tot de roep om minder. Want iemands culturele achtergrond kun je niet zomaar veranderen.

Wie in de gedachtentrein stapt bij het station Paul Scheffer komt na een tijdje vanzelf bij de halte Geert Wilders uit, waar een menigte staat te wachten die ‘minder! minder! minder!’ roept. Daar ergens tussenin is nog het station van Hans Spekman en Diederik Samsom te vinden. Hier leidt de eenzijdige focus op cultuur tot het idee om ‘Marokkanen die niet willen deugen te vernederen voor de ogen van hun eigen mensen’, want dat zou passen bij hun ‘schaamtecultuur’. Daar spreekt men van een ‘etnisch monopolie’ op straatoverlast; problemen met autochtone jongeren worden genegeerd.

Als Wilders dus stelt dat hij minder Marokkanen wil, niet vanwege hun nationaliteit maar vanwege oververtegenwoordiging in de criminaliteitsstatistieken, dan verwoordt hij een indirect racisme dat alom geaccepteerd is in de Nederlandse samenleving. De scherpste tegenstanders van Wilders, inclusief Pechtold en Roemer, komen niet verder dan het betoog dat je bevolkingsgroepen niet ‘weg mag zetten’. Dode taal, noemde Heijne dat terecht, en Wilders weet het.

Als je cultuur maar statisch en monolithisch genoeg opvat, dan dient het feitelijk als synoniem voor afkomst. Dezelfde truc wordt gebruikt in het geval van religie. Door de fundamentalistische interpretatie van de Koran aan te houden als enige mogelijke interpretatie, scheert Wilders een hele bevolkingsgroep over een kam. Moslims die er geen fundamentalistische denkbeelden op na houden, zouden aan ‘taqiyya’ doen en zich anders presenteren dan ze daadwerkelijk zijn. Ook dit is een positie die door prominente intellectuelen is omarmd; denk aan Ayaan Hirsi Ali en Paul Cliteur.

Dergelijke generaliserende islam- en cultuurbeelden waren niet altijd al in kant en klare vorm ‘onder het volk’ aanwezig. Het gangbare idee dat racistische sentimenten al sinds de jaren zeventig onder de bevolking leven, door een politiek correcte elite zijn onderdrukt totdat ze werden aangeboord, verhult iets essentieels. Wilders is niet enkel een ‘symptoom’. Hij geeft actief vorm aan het bestaande racisme, hij versterkt en kanaliseert het. Racisme is misschien sluimerend aanwezig geweest in de samenleving, maar het is het afgelopen decennium op subtiele wijze vormgegeven door intellectuelen en politici, in wisselwerking met hun electoraat.

Deze inschattingsfout – Wilders als symptoom – lag ook ten grondslag aan wat Max van Weezel de ‘inkapselingsstrategie’ heeft genoemd: de accommodatie van het rechtspopulisme door bijna de gehele elite, van Trouw tot Volkskrant, van het CDA tot GroenLinks. ‘De beste manier om een populistische partij te bestrijden is niet door de confrontatie met haar te zoeken, maar door de zorgen van haar kiezers serieus te nemen’, zei Donner in 2010. Het idee was dat Wilders en zijn electoraat zich zouden matigen als hun zorgen serieus werden genomen. Zo werden discriminerende denkbeelden omarmd in naam van de democratie en werd elke fundamentele kritiek weggewuifd.

Wat nu nodig is, is niet een rechter die in afzondering de grenzen van het publieke debat gaat bepalen, maar een brede maatschappelijke discussie over discriminatie in ons denken. Laten we niet de fout maken door de verantwoordelijkheid voor deze discussie uit te besteden aan de rechter: dat juridiseert de politiek en politiseert de rechtspraak. De grens tussen het racisme van Wilders en de breed gedragen waarheid over ‘etniciteit als oorzaak’ zal hoe dan ook poreus zijn. De bal ligt nu bij politiek en media. Het is tijd voor een nieuwe politieke incorrectheid die de nationale obsessie met etniciteit en cultuur weer fundamenteel onder vuur durft te nemen, en die het racisme van Wilders durft te relateren aan veel bredere tendensen in ons denken.

Laurens Buijs, socioloog
Bram Mellink, historicus
Paul Mepschen, antropoloog
Merijn Oudenampsen, socioloog
Matthijs Ponte, filosoof
Rogier van Reekum, socioloog

De ondertekenaars zijn oprichters van de denktank TENK (www.tenk.cc), een initiatief dat op 16 mei wordt gelanceerd in de Plantagedok te Amsterdam.

Deze tekst werd gepubliceerd in NRC Next, maandag 7 april 2014.

 

 

TENK is een voertuig voor kritiek en analyse. Het biedt ruimte voor een overtuigd linkse blik op onze wereld, en wil zo bijdragen aan een nieuwe politieke debatcultuur. Want linkse politiek is verwaterd. Als een aangelengde limonade zonder kleur, geur of smaak is het de laatste jaren steeds verder verdund met wisselende doses technocratie, pragmatisme en centrisme.

Trackbacks/Pingbacks

  1. Ik vertrouw de rechter niet | MO - 11 april 2014

    […] de oorzaak van crimineel gedrag. Cultuur en religie worden door Wilders feitelijk gebruikt als synoniem voor afkomst en etniciteit. Ten tijde van de vorige rechtszaak werd dat door de rechter beoordeeld […]

  2. Over Badal en racisme | MO - 6 mei 2014

    […] schreef ik met TENK – een links collectief – een stuk over de Marokkanenuitspraken van Wilders. We relateerden de uitspraken aan breder levende […]

  3. Tenk.cc - 20 mei 2014

    […] en tijdje geleden schreef ik met TENK een stuk over de ‘Marokkanenuitspraken’ van Wilders. We relateerden de uitspraken aan breder levende […]

Reageer