Marokkaanse criminaliteit bestaat niet

‘Marokkaanse criminaliteit’ benoemen lost niets op, maar leidt slechts tot etnische spanningen, racisme en ondoordachte criminaliteitsbestrijding, betogen Hieke Huistra en Bram Mellink.

Volgens David Pinto is het duidelijk: Marokkaanse criminaliteit is een groot probleem dat ‘ontegenzeggelijk bestaat’ (de Volkskrant, 28 maart 2014). Terecht dat Wilders het heeft aangekaart. Hij zegt het Simon Paul na, die een dag eerder opriep tot ‘zelfreflectie’ onder Marokkanen: als je zó hoog scoort in alle misdaadstatistieken, past op zijn minst bescheidenheid. Akkoord, maar laten we het dan ook even hebben over de grootste groep in de misdaadstatistieken: mannen.

De harde cijfers. Van alle Nederlandse gevangenen was in 2012 94,3% man. In gesloten gevangenissen scoren mannen 95,8%, dus het zijn ook nog eens zware criminelen. We hadden u graag verteld over mannelijke oververtegenwoordiging bij geweldsdelicten en zedendelicten, maar het Centraal Bureau voor de Statistiek rangschikt deze cijfers niet op basis van geslacht. Jammer, anders hadden we het probleem nog wat beter kunnen benoemen.

Wat moeten we met deze informatie? Zegt u het maar. Meer mannen? Minder mannen? Criminele mannen het land uit, zelfreflectie afdwingen of toch liever vernederen? Onzin natuurlijk. We weten allemaal dat man-zijn op zich geen verklaring biedt voor criminaliteit. En dus stellen we andere vragen. Gaat het om hoger- of lageropgeleiden, rijken of armen, huisvaders of alleenstaanden, ouderen of jongeren, werkenden of werklozen? Door verbanden te leggen tussen al deze mogelijke oorzaken, wordt het probleem langzaam maar zeker duidelijk. Dan blijkt dat het onderscheid maken op basis van deze categorieën veel zinvoller is dan de vraag stellen of de crimineel in kwestie man of vrouw is. Geslachtsverandering wordt dan ook zelden voorgesteld ter preventie van criminaliteit. Liever zoeken we de oplossing in armoedebestrijding of goed onderwijs.

Dit pleidooi voor nuance is een open deur als het over mannen gaat. Maar als we spreken over criminaliteit en etnische minderheden, worden dit soort voorbehouden zonder enige schroom overboord gezet. Moeiteloos wordt gesproken over criminaliteit onder ‘de Marokkanen’, terwijl tegelijkertijd wordt gezegd dat we niet iedereen ‘over een kam moeten scheren’. Ongegeneerd verklaart David Pinto de criminaliteit van Marokkaanse Nederlanders uit hun ‘premoderne waarden’, alsof zij minder modern zijn dan andere Nederlanders, alsof stelen een fundament is van de Nederlands-Marokkaans cultuur. Is dat de grondige probleemanalyse waarvoor we Wilders, aldus Pinto, dankbaar moeten zijn? Helpt dit ons om criminaliteit in de toekomst in te dammen?

Absoluut niet. Mensen als Pinto, maar ook keurige sociaal-democraten als Rob Oudkerk (‘kutMarokkanen’), Hans Spekman (‘Marokkanen vernederen’) en Diederik Samsom (‘etnisch monopolie’) benoemen geen probleem, maar creëren een probleem: ze suggereren dat etnische afkomst een verklaring kan bieden voor crimineel gedrag. Alsof Marokkaanse ouders hun kinderen een crimineel gen meegeven, alsof ze hen naar goed Marokkaans gebruik opvoeden in een steelcultuur. Dat is racistische flauwekul en bemoeilijkt bovendien de zoektocht naar werkelijke oorzaken van criminaliteit. Want criminaliteit kan zelden worden herleid tot één oorzaak. Vaak gaat het om een complex van factoren: opvoeding, uitzicht op een baan, opleidingsniveau, noem maar op. Alleen door deze verschijnselen in hun onderlinge relatie te bezien, kunnen we daadwerkelijk beginnen met het benoemen van problemen.

Het zou toch aardig zijn als we etnische minderheden in Nederland, na ruim dertig jaar discussie over de multiculturele samenleving, eindelijk eens als gelijken gingen behandelen. Dat we eindelijk eens zouden inzien dat etniciteit geen verklaring biedt voor slecht gedrag, en dat het indelen van statistiek op basis van afkomst daarom onnodig, ondoelmatig en racistisch is. Wat zouden we dan een hoop problemen oplossen. Onderzoek naar criminaliteit zou een nieuwe impuls krijgen, maatschappelijke problemen zouden adequater worden aangekaart en etnische spanningen zouden aanzienlijk verminderen. Daarvoor hoeven we niet op te houden met problemen benoemen, integendeel. We moeten er eindelijk eens mee beginnen.

En tot die tijd: alle mannen het land uit.

Dit artikel verscheen tevens op joop.nl

Tags: , , ,

Bram Mellink is historicus en auteur van Worden zoals wij. Onderwijs en de opkomst van de geïndividualiseerde samenleving sinds 1945, dat verscheen bij uitgeverij Wereldbibliotheek.

Nog geen reacties.

Reageer