De slinkse slogan van de Rotterdamse VVD

B osman doet het openlijk. Teeven ook. Onderdanen van het Koninkrijk der Nederlanden uit Aruba, Curaçao en Sint Maarten worden bij wet ongelijk behandeld als Bosman zijn zin krijgt en zijn wetsvoorstel erdoor komt. Teeven heeft huiszoeking mogelijk gemaakt, als er maar een vermoeden is dat er iemand zonder papieren in een huis verblijft. De Rotterdamse VVD is slinkser: in Rotterdam droomt de VVD op hun verkiezingsposters van een stad waar iedereen op straat alleen nog Nederlands spreekt. Geen onverbloemd racisme, maar zeker discriminatoir. Laat ik het culturalisme noemen, met in het achterhoofd dat ‘Hier spreekt men Nederlands’ een veelgebruikte slogan van het Vlaams Belang is.

De huidige verkiezingsslogan ‘In Rotterdam spreken we Nederlands’ spreekt het stadsgeheugen sterk aan. Eind januari 2006 stond de gemeenteraad net zoals nu voor een verkiezingsronde. Toen deed het scheidende College van B&W al het onwerkelijke voorstel om haar inwoners te verplichten alleen Nederlands op straat te spreken. Opstelten was burgemeester en de coalitie bestond uit Leefbaar Rotterdam, het CDA en de VVD. Een wens die des te surrealistischer was omdat hij werd gelanceerd rondom de opening van het Internationaal Film Festival Rotterdam. Het college kreeg er landelijk aandacht voor en minister Verdonk deed ook even mee. ‘Nederlands praten op straat is heel belangrijk. Ik krijg van veel mensen mailtjes dat zij zich unheimisch voelen op straat,’ zei ze tegen de Volkskrant.

Daar verwijst de slogan naar die de VVD nu, acht jaar later, hanteert. Toch legt Wethouder Jeanette Baljeu de bedoelingen van de VVD zo uit in het AD (website 7 maart 2014): ‘Wij hebben opzettelijk gekozen voor een prikkelende stelling om de discussie op gang te brengen … Wij vinden dat mensen die zich hier vestigen Nederlands moeten spreken. Dat is niet alleen belangrijk voor henzelf, maar ook voor hun kinderen. Anders beginnen die met een hele grote leerachterstand op school.’ Nu is ‘hele grote leerachterstand’ hele slechte Nederlands, maar daar blijft het niet bij. De slogan en Baljeus uitleg zijn omfloerst en een wethouder onwaardig.

De stelling is niet prikkelend. De discussie is al gevoerd en begraven. Het is een nostalgische wensdroom en een belediging voor de inwoners en de bezoekers van een internationale handelsstad. Er zijn 16 ambassades en consulaten in Rotterdam. De stad presenteert zich ook in eigen land als World Port City en geeft haar gemeentelijke diensten graag namen als Rotterdam Investment Agency en Rotterdam Climate Initiative. We hebben een internationaal georiënteerde universiteit waar velen hun MBA (Master of Business Administration) willen halen. We zijn de stad van het Internationaal Film Festival en North Sea Jazz. Maar dat vindt de VVD kennelijk minder belangrijk dan hun zogenaamd gewenste ‘discussie’ over de omslag van het Nederlands als belangrijkste verbindende taal naar de enige taal die in de publieke ruimte gesproken zou mogen worden.

Een lekke proefballon die veel verontwaardiging oproept. En instemming natuurlijk. Maar instemming waarmee? Het gaat de VVD hier niet om onderwijs, zielige kindjes, taalachterstand of om de mogelijkheid om met iedereen te kunnen kletsen. Noch om een discussie. Zo zit de zin gewoon niet in elkaar. ‘In Rotterdam spreken we Nederlands’ voert de gebiedende wijs. Het kan geen constatering zijn, want dan was deze poster niet nodig geweest. Het is een bevel. Evenzo in het verkiezingsprogramma: ‘De VVD vindt dat we alles moeten doen om iedereen te overtuigen van de noodzaak om onze taal te spreken. Dat doen we met onderwijs en taaleisen voordat je gebruik kunt maken van sociale voorzieningen.’

Straf als basis voor een dialoog dus. Dat heet een monoloog. Niet zo handig als je verlangt dat anderen jouw taal leren spreken. En heel wat anders dan samen iets oplossen, door meer onderwijs te bieden, betere programma’s, stageplaatsen, baangaranties of budgetverhoging voor scholen. Die intentie probeert Baljeu achteraf in haar sloganeske imperatief te leggen (‘Veel meer allochtone vrouwen zouden mee kunnen doen in de samenleving als ze de taal zouden hebben geleerd,’ staat op de VVD campagnesite). Maar als dit al meer zou zijn dan het oogsten van rancuneuze stemmen, dan is het een manier om de toegang tot sociale voorzieningen juist in te perken. Niet voor iedereen, maar voor specifiek afgebakende bevolkingsgroepen. En dat is zeker rancuneus. ‘In Rotterdam spreken we Nederlands’ is een slinkse leuze die heult met racisme en die eens te meer aantoont dat integratie eigenlijk assimilatie inhoudt.

‘Heulen met’, omdat de leuze het pijnpunt voor de VVD-doelgroep op een gewiekste manier niet expliciet benoemt. De lokale VVD mikt niet op nieuwe stemmen door ronduit te bekennen: ‘In Rotterdam spreken we alleen Nederlands’ of gewoon ‘Iedereen die Turks, Arabisch, Farsi, Urdu, Portugees, Papiamento, Chinees, Pools of een andere niet-West-Europese taal spreekt, moet mij niet lastigvallen met talen die ik niet ken.’ Wilders heeft zijn kleur inmiddels bekend. De Rotterdamse VVD doet dat op subtielere wijze – en premier Rutte helaas ook (website De Telegraaf, 8 maart). Ze vallen niet de personen, maar het gebruik van die talen aan. ‘Dus het kan geen racisme zijn,’ echo-en ze het decemberdebat in weerwoord op de postercommotie. Baljeu legitimeert de gooi naar de racistische stem met een op het eerste gezicht niet-racistisch appel aan taalachterstand. Die achterstand moet verholpen worden, gedwongen welteverstaan. Dat getuigt van weinig pedagogisch inzicht. Het is een pervertering van de emancipatie en een legitimering van een vingertjescultuur. Het idee is dat VVD-stemmers gaan zitten wijzen als twee jongens in de tram Turks met elkaar praten.

Vanwege dit accentverschil, niet de mens maar uitingen van een cultuur afkeuren, noemen fijnbesnaarde critici deze vorm van racisme nu culturalisme. Het is een begrijpelijk onderscheid, want inderdaad, je kunt de Rotterdamse VVD kwalijk racisten noemen. Dat klinkt te extreem voor Nederlandse begrippen. Racisten gooien brandbommen en krassen swastika’s op muren. Een politicus van racisme betichten is daarom op puur formele gronden een manier om jezelf buiten het debat te plaatsen – formele gronden die steeds minder fundamenteel blijken. Het is tarten met de Godwin, die steeds sneller van stal wordt gehaald. Te snel. In het debat is mede als reactie daarop het onderscheid tussen racisme en culturalisme ontstaan. Daarmee kan je zeggen dat iets geen racisme, maar wel culturalisme is. Zo kom je onder de Godwin uit. De prijs daarvoor is een echter een frame dat nauwelijks aanslaat, behalve bij academisch links. Culturalisme is een begrip zonder politieke betekenis. Iemand ervan beschuldigen is dat ook.

Daarom is het tijd om deze nieuwe politieke correctheid achterwege te laten. De VVD is misschien niet racistisch. Deze slogan wel. De stemmen die ze ermee hopen te winnen ook. Culturalisme is monoculturalisme: een update van racisme die xenofobie vermomt als een reikende hand. Een politiek die voorwendt mensen te helpen onder het mom van culturele assimilatie aan de dominante cultuur, maar die hen in werkelijkheid afsluit van voorzieningen. De slogan valt geen wezenskenmerk van personen aan, zoals een huidskleur, vermeend ras, af- of herkomst, maar richt zich op gebruiken en gedragingen, onderbouwd door statistische gegevens. Antillianen, zegt Bosman, komen meer voor in de criminaliteitscijfers. Dus, ook al zijn het onderdanen van het Koninkrijk, ze zouden zich niet zomaar in Nederland moeten kunnen vestigen. Vaak gaat het zelfs slechts om vermoedens, zoals Teeven met zijn nieuwe gronden voor huiszoeking. Monoculturalisme levert ook geen oplossingen, maar cirkelredeneringen. Het wijst op de eigen verantwoordelijkheid en vooral op de eigen schuld. ‘Zij hebben een taalachterstand, dus moeten ze Nederlands praten.’ In de manier waarop mensen op hun cultuur worden aangesproken heeft het iets weg van het aloude multiculturalisme, maar dan zonder de naïeve idolatrie die daarin vaak doorklinkt. Het verheerlijken van de leefstijlen van anderen is nu omgeslagen in het afwijzen van hun taalgebruik. Daarmee wordt indirect diegene zelf afgewezen, maar dan zonder dat je het zo expliciet zegt. Het is een beschuldiging die geen sporen achterlaat. Moeilijk om op betrapt te worden, makkelijk om jezelf van vrij te pleiten. Het houdt achterstand in stand zonder vuile woorden te hoeven gebruiken.

Laat een ding duidelijk zijn. Taalachterstand is een groot probleem, zeker voor kinderen. Maar mensen af- en terechtwijzen vanwege hun taalgebruik is niet de manier om daar iets aan te doen. Niet door inwoners te bestoken met rancuneuze slogans, en zeker niet door te korten op sociale voorzieningen. Als er één ding tegen hen werkt, is het wel dat veel kinderen op Zuid, waar ik op basisscholen lesgeef, het idee hebben dat blanke Nederlanders hen niet mogen. Als politica van het level playing field en als wethouder van alle Rotterdammers zou Baljeu moeten begrijpen dat de VVD met deze slogan een onderhuidse afwijzing uitspreekt van iedereen die om welke reden dan ook niet altijd Nederlands spreekt in het openbaar. Daar leert niemand beter van converseren en het nodigt niet uit tot het intercultureel ontwikkelen van een gezamenlijk antwoord op uitsluiting: een ware stadscultuur.

Tags: , ,

TENK is een voertuig voor kritiek en analyse. Het biedt ruimte voor een overtuigd linkse blik op onze wereld, en wil zo bijdragen aan een nieuwe politieke debatcultuur. Want linkse politiek is verwaterd. Als een aangelengde limonade zonder kleur, geur of smaak is het de laatste jaren steeds verder verdund met wisselende doses technocratie, pragmatisme en centrisme.

Nog geen reacties.

Reageer