De aard van het conservatisme

book-coverOnlangs had ik het genoegen aanwezig te zijn bij een referaat[1] gehouden door Bart Jan Spruyt. Hij opende met de volgende zin: ‘Kijkt u maar eens goed dames en heren, want dit ziet u zelden: hier zit een conservatief’. Spruyt illustreert hiermee een typisch conservatieve karaktertrek: het spelen van de underdog. Het is natuurlijk spel want het conservatisme is een succesvolle politieke stroming. Anders dan 15 jaar geleden[2], is het conservatisme hip. Er zijn conservatieve omroepen, de populairste politieke website is Geen Stijl en de ooit progressieve Volkskrant en het links-liberale NRC-Handelsblad hebben conservatieve columnisten. Conservatisme doet het goed in Nederland en conservatieven hebben niet langer een underdogpositie.

Er zijn veel verklaringen voor de opkomst van het conservatisme, variërend van verzwakking van de verzorgingsstaat[3], nostalgie[4], immigratie[5] tot veranderingen van het opleidingsniveau[6] van het electoraat. Het is ook moeilijk om conservatisme te definiëren want er zijn veel soorten conservatisme. Wat hebben al die conservatieve stromingen zoals Libertariërs, Tea Party, fundamentalistische christenen, de Edmund Burke Stichting en de PVV met elkaar gemeen? Hebben ze eigenlijk wel wat gemeen?

In het in 2011 uitgekomen The reactionary mind: conservatism from Edmund Burke to Sarah Palin laat Corey Robin zien dat al deze bewegingen inderdaad gebaseerd zijn op dezelfde conservatieve ideologie. Het boek is een portret van het conservatisme als politieke stroming en het laat zien dat conservatieve politiek zoals we die zien in de VS en Europa minder divers is dan op het eerste gezicht lijkt. Volgens Robin zijn er veel misverstanden over wat conservatisme precies inhoud, niet alleen bij links, maar ook bij conservatieven zelf. Waarom bijvoorbeeld spelen conservatieven zo graag de underdog?

‘Niet echt conservatief’

De gangbare definities van conservatisme zijn meestal niet meer dan een herformulering van de naam. Een conservatief is iemand ‘die zich grondvest op de traditie’. Hij wil dingen ‘beschermen, in ongeschonden toestand bewaren’[7] en hij houdt niet van snelle veranderingen. Conservatieven beweren dit ook van zichzelf. Beroemd is de definitie van Oakshott. Conservatief zijn betekent:

‘To prefer the familiar to the unknown, to prefer the tried to the untried, fact to mystery, the actual to the possible, the limited to the unbounded, the near to the distant, the sufficient to the superabundant, the convenient to the perfect, present laughter to utopian bliss.’

In de dagelijkse praktijk van het conservatisme is echter van deze bedaarde politieke houding weinig te merken. Bekende conservatieven als Ronald Reagan, Margaret Thatcher en George Bush zijn juist grote hervormers en zijn niet uit op het ‘behouden van traditie’. Wat moeten we bijvoorbeeld denken van George Bush die een preventieve oorlog begint tegen Irak? Of die andere conservatief, John McCain, die vriend en vijand verrast met de benoeming van de onbekende en onervaren politica Sarah Palin als kandidaat voor het vicepresidentschap. Hoezo ‘to prefer the tried …’ ?

De verklaring voor deze impulsiviteit van conservatieve politici is meestal dat conservatisme is ontspoord en geradicaliseerd. Het moderne conservatisme staat ver af van de leer zoals geformuleerd door de eerste conservatief Edmund Burke en andere auteurs uit de klassieke conservatieve canon, zoals Russel Kirk[8] en Michael Oakshott[9].

Contrarevolutie

De recente escapades van conservatieven zijn geen afwijkingen van het ‘het echte conservatisme’ volgens Corey Robin. Deze nieuwe radicale conservatieve stromingen zijn juist een logische voortzetting van de conservatieve ideologie van Edmund Burke. Robin laat zien dat vanaf het eerste begin deze zogenaamd atypische verschijnselen in het conservatisme aanwezig zijn geweest. Conservatisme is veel radicaler, avontuurlijker en wilder dan veel mensen, inclusief de conservatieven zelf, denken.

Als het bedachtzame, gematigde conservatisme van Oakshott en Kirk geen recht doet aan de werkelijkheid, wat is conservatisme dan wel? De stelling die als een rode draad door het boek loopt is dat conservatisme wezenlijk anders is dan hoe het zich aan de buitenwereld voordoet. Een conservatief is geen traditionalist die niet van verandering houdt en hij heeft ook geen probleem met de snelheid van de verandering zoals vaak wordt gedacht. Het is een heel specifieke soort verandering die de conservatief wil tegenhouden. Waar de conservatief moeite mee heeft is verandering van bestaande gezagsverhoudingen. Hij verzet zich tegen de rechtelozen die hun recht claimen en de bezitlozen die een rechtvaardig aandeel van de welvaart opeisen. Het is voor de conservatief onacceptabel dat zij die geacht worden te gehoorzamen en te luisteren, een eigen mening hebben en die niet voor zich houden. Zij spreken voor hun beurt.

Dit is Robins definitie van conservatisme:

‘Conservatism is the theoretical voice of [the] animus against the agency of the subordinate classes. It provides the most consistent and profound argument as to why the lower orders should not be allowed to exercise their independent will, why they should not be allowed to govern themselves or the polity. Submission is their first duty, agency, the prerogative of the elite.’

Het conservatisme is ontstaan als reactie op de Franse Revolutie. Maar ook de burgerrechtenbeweging, de vrouwenemancipatie, de arbeidersbeweging en hippies van de jaren zestig riepen een conservatieve tegenreactie op. Wat die tegenreactie precies inhoud wordt, aldus Robin, vaak verkeerd begrepen, en hierover gaat het boek. Conservatisme gaat niet over de omvang van de staat, het is geen angst voor verandering of een verdediging van ‘normen en waarden’. Het is wel een ‘verzet tegen de bevrijding van mensen van de autoriteit van hun superieuren, vooral in de privé sfeer’, aldus Robin. Ook het libertarisme ziet Robin als een vorm van conservatisme, want de libertariër ziet geen geïsoleerde individuen, maar hiërarchische groepen van families en bedrijven.

Nitor in adversum

In een nu nog weinig gelezen maar in de 18e eeuw invloedrijk essay The sublime and beautiful schrijft Burke[10] over het effect van de emoties op de mens. Hij vergelijkt de effecten van positieve prikkels (schoonheid, vreugde of nieuwsgierigheid) en negatieve prikkels (angst, macht of pijn) op de menselijke geest. Burke komt tot de conclusie dat positieve prikkels op den duur leiden tot stagnatie en verslapping. Negatieve prikkels verkwikken daarentegen de geest. Zij ‘verheffen’ en maken sterker. Niet schoonheid maar tegenslag maakt de mens sublime.

Corey Robin leidt veel van de kenmerken van het conservatisme af van dit grondprincipe dat Burke in de Sublime and Beautiful beschreef. Nitor in adversum was zijn adagium. Als de mens het te goed heeft verliest hij de wil en het vermogen om te vechten. Om dit te voorkomen moeten wij voortdurend beproefd en getuchtigd worden. Deze 18e eeuwse manier van denken is tot op de dag van vandaag kenmerkend voor het conservatisme. De conservatief is steeds op zoek naar beproeving en legt dit aan anderen op. Het is de reden voor de conservatieve afkeer van de verzorgingsstaat[11] [12].

Hoe radicaal conservatisme is was zichtbaar na de aanslag van 11 september 2001 op het World Trade Centre. Toen bleek dat de liefde voor wetten en tradities slechts gespeeld is. De rechtsstaat is dan een lastige hindernis. Verdachten werden gemarteld en zonder vorm van proces voor onbepaalde tijd gevangen gezet. ‘No lawyering this thing to death’ zei Bush. ‘We also have to work, though, sort of the dark side, if you will’ vond Dick Cheney[13]. De wetten en tradities die de conservatief zegt te prefereren, worden juist door hen zelf met groot gemak terzijde geschoven.

Partij van losers

Zoals Robin met de titel van het boek benadrukt, is het conservatisme een reactionaire ideologie. Maar die reactie is meer dan een reflex om veranderingen tegen te houden. Conservatisme is veel complexer en genuanceerder dan dat. Want ook de conservatief beseft dat de wereld voortdurend verandert. Hij weet[14] dat ‘als we willen dat dingen hetzelfde blijven [we] zullen moeten veranderen’. Het eenvoudig terugdraaien van de tijd is onvoldoende – het oude moet beter worden om de tand des tijds te kunnen weerstaan.

Dit leidt snel tot verwarring want progressieven en conservatieven lijken hierdoor oppervlakkig gezien op elkaar: beiden hebben een missie en beide willen de maatschappij hervormen. Maar er is wel een cruciaal verschil. De progressief heeft een emancipatoire boodschap, hij of zij probeert gelijke rechten te garanderen, eveneens voor outsiders in de samenleving. De conservatief daarentegen ziet emancipatie als een bedreiging en probeert de insiders er van te overtuigen dat hun rechten zijn afgenomen of bedreigd worden.

En er is nog een andere oppervlakkige overeenkomst tussen progressieven en conservatieven die makkelijk tot verwarring kan leiden: de conservatief is een goede leerling van de revolutie. Zo heeft hij van de revolutie geleerd hoe de massa bespeeld moet worden. Hoewel het conservatisme van oorsprong een beweging is die spreekt namens een elite is het conservatisme altijd populistisch geweest.

Onderdeel van dit populisme is het ‘democratisch feodalisme’ zoals Robin dit noemt. De conservatief verkondigt dat iedereen wel op de een of andere manier lid is van de ‘heersende klasse’ is. Het beste voorbeeld hiervan zijn de slavenhouders in Zuiden van de Verengde Staten. In een samenleving met een gemengde bevolking verkondigen conservatieven dat de blanken beter zijn dan de zwarten. Alle blanken, niet alleen rijke plantagebezitters met veel slaven maar ook de aller armste blanke kan zich aristocraat noemen omdat zij zich superieur mogen voelen ten opzicht van de negro.

Belangrijk is ook dat het conservatisme gewone mensen aanspreekt. Het gaat om zaken die iedereen persoonlijk raken. ‘All conservatism begins with loss’, zegt Andrew Sullivan en ‘Conservatism is the party of losers’ voegt Robin daar aan toe.  Hiermee is ook mijn vraag aan het begin beantwoord: waarom de conservatief zo graag gezien wordt als de underdog. Conservatieve leiders zijn vaak buitenstaanders ook al komt het conservatisme niet op voor buitenstaanders. Zo was Edmund Burke bijvoorbeeld een Ier, Reagan een tweederangs acteur uit Hollywood, Thatcher een kruideniers dochter en Pim Fortuyn een van zijn geloof gevallen katholieke homoseksuele marxist[15].

‘We willen het niet weten’

Al in 1996 schreef Wim Crouwenberg over de politiek in Nederland: ‘We zijn conservatief, maar willen het niet weten’[16]. In Nederland heeft het conservatisme traditioneel een slechte naam omdat het gelijkgesteld wordt met traditionalisme. Conservatisme wordt daarom als een starre houding tegen hervormen gezien, en de Nederlander is altijd vóór hervormen – ook nu nog, ondanks de grote winst van rechtse partijen.

De Reactionary Mind is geschreven voor een Amerikaans publiek en de Nederlandse politiek wordt niet besproken. Maar Robins analyse van het conservatisme is heel goed toepasbaar op de Nederlandse politiek. Ook zijn bekende Nederlandse conservatieven als Frits Bolkestein en Geert Wilders geïnspireerd door Amerikaans conservatisme[17].

In Nederland is op dit moment veel verwarring over wat conservatisme inhoud. Men is verbaasd dat ‘links opeens rechts’ is geworden[18] en het is niet ongebruikelijk om de SP en ‘delen van de PvdA’ als conservatief af te schilderen[19] omdat ze tegen hervormen zijn. En zo is het te verklaren dat conservatieven en sociaal democraten samen een regering kunnen vormen omdat de leiding van de PvdA denkt dat de VVD een progressieve partij is[20]. Door lezing van The reactionary mind wordt duidelijk dat hier door oppervlakkige gelijkenis conservatisme worden verward met progressiviteit

Progressieven zijn de conservatieve kritiek op de verzorgingsstaat steeds meer serieus gaan nemen en zijn hun eigen idealen gaan wantrouwen. Daarvan hebben conservatieven geen last. Terwijl zij enthousiast verder werken aan een conservatieve maatschappij waarin ieder mens zich in continue strijd moet bewijzen – geheel volgens Burkes principe in de Sublime and Beautiful – hebben progressieven het geloof in de ‘maakbare maatschappij’ opgegeven. Zij werken mee aan de afbraak van de verzorgingsstaat onder de vlag van ‘hervorming’ blijkbaar met het idee dat hervormen progressief is. Dit is nog onbegrijpelijker als je beseft dat dat de economische argumenten voor deze hervormingen niet kloppen[21] [22]. Dat de motivering ervan voortkomt uit conservatieve ideologie lijken ze niet te beseffen.

De beschrijving van het conservatisme in de Reactionary Mind laat zien dat er onder die grote verscheidenheid aan conservatieve verschijningsvormen een opmerkelijk consistente ideologie schuilt. Op de zelfde manier als de grote verscheidenheid van subatomaire deeltjes in het Standaard Model herleidt kunnen worden tot een relatief klein aantal elementaire deeltjes, laat Robin zien dat de grote conservatieve stromingen gebaseerd zijn op een enkele basis principes, zoals democratisch feodalisme, impulsiviteit, Nitor in adversum, een sterke drang tot hervormen en populisme. Wie de politiek in Nederland volgt kan na lezing van de Reactionary Mind zonder moeite deze elementen van conservatieve politiek herkennen.

Michel Verbeek is systeembeheerder bij de Universiteit van Wageningen. Hij schrijft onder meer voor het weblog Sargasso en is bijzonder geïnteresseerd in het conservatisme en het neoliberalisme.

 


[2] We zijn conservatief, maar willen het niet weten – geschreven in 96, Crouwenberg. Heel vooruitziend!

[3] The Post-Welfare State Family Mary Eberstadt (Weekly Standard) over het gevecht tussen familie en de staat.

[4] Nostalgie – Tatlins toren. Nostalgie is de trend nu. Links moet niet nostalgisch zijn maar hoop geven. Conservatisme is een vorm van nostalgie.

[5] Grootschalige immigratie werkt ondermijnend – verhaal van de conservatieve Britse sociaaldemocraat David Goodhart

[6] De tweedeling tussen hoger en lager opgeleiden – Artikel van Mark Bovens en Anchrit Wille

[8] Ten Conservative Principles – Russel Kirk, 10 principes

[9] On being Conservative (pdf) – Het beroemde essay v Oakshott.

[11] Bolle overheid kleiner maken – Halbe Zijlstra, NRC Handelsblad 15 mei 2013

[13] Bush en de rechtsstaat Redactioneel commentaar 2006 NRC Handelsblad 7 september 2006 n.a.v. bekend worden rendition programma.

[16] We zijn conservatief, maar willen het niet weten – geschreven in 96, Crouwenberg. Heel vooruitziend!

[20] Zie bijvoorbeeld een recent interview met Diederik Samsom: ‘Ik vind dat Mark Rutte op sommige punten wordt onderschat’ - De Volkskrant 27 april 2013

Tags: ,

TENK is een voertuig voor kritiek en analyse. Het biedt ruimte voor een overtuigd linkse blik op onze wereld, en wil zo bijdragen aan een nieuwe politieke debatcultuur. Want linkse politiek is verwaterd. Als een aangelengde limonade zonder kleur, geur of smaak is het de laatste jaren steeds verder verdund met wisselende doses technocratie, pragmatisme en centrisme.

Trackbacks/Pingbacks

  1. Wat is conservatisme? | Sargasso - 12 maart 2014

    […] is het eerste deel van een bespreking die eerder op TENK verscheen. Morgenavond op Sargasso deel 2 van deze […]

Reageer