Het gevaar van de stad

Steden zijn goede plekken. Ze kunnen ook wat. Ze zijn vrijmoedig, rebels – zoals Turkse en Braziliaanse steden dit jaar weer bewezen. Daar eisten de massa’s ‘echte democratie.’ Nu wordt dat lastig, zolang niemand rept van arbeiderszelfbeheer, maar de Brazilianen waren in elk geval dapper genoeg om het parlement aan te vallen. Loffelijk was in elk geval hoe de hoge kosten van de grote aanstaande sportevenementen werden afgezet tegen de hoge prijzen in het openbaar vervoer en het tekortschietende onderwijs.

S teden zijn goede plekken. Ze kunnen ook wat. Ze zijn vrijmoedig, rebels – zoals Turkse en Braziliaanse steden afgelopen jaar weer bewezen. Daar eisten de massa’s ‘echte democratie.’ Nu wordt dat lastig, zolang niemand rept van arbeiderszelfbeheer, maar de Brazilianen waren in elk geval dapper genoeg om het parlement aan te vallen. Loffelijk was in elk geval hoe de hoge kosten van de grote aanstaande sportevenementen werden afgezet tegen de hoge prijzen in het openbaar vervoer en het tekortschietende onderwijs.

Een van die Brazilianen zei:  ‘We pay high taxes and we are a rich country, but we can’t see this in our schools, hospitals and roads.’

Daar beginnen de problemen. Brazilië dankt een goed deel van zijn rijkdom aan de almaar verder om zich heen grijpende verwoesting van het Amazone-woud, met niet alleen fikse ecologische gevolgen, maar ook bedreigend voor inheemse stammen. Die wonen daar al wat langer dan de protesterende stedelijke bevolking. Die bekommerde zich de voorafgaande maanden echter niet om de aanhoudende inheemse strijd tegen de aanleg van waterkrachtcentrales in datzelfde voor de aarde niet onbelangrijke groene gebied. Niet onlogisch: wie zich daarmee solidariseert, valt immers de eigen rijkdom aan. Plaatst minstens vraagtekens bij de uitbreiding van landbouw en veeteelt, het delven van grondstoffen. En niet te vergeten: het verdrijven, soms zelfs vergiftigen, van inheemsen. Daarover te zwijgen staat echter haaks op  ‘echte democratie’. Het suggereert op zijn minst urbane welvaartsverblinding.

Bij de protesten rond het Taksim-plein te Istanbul was iets vergelijkbaars aan de hand. Snel werd benadrukt, dat het heus niet alleen om een parkje op een plein ging, stel je voor. De dringende wens tot behoud van een stukje groen viel in het niet bij allerlei strevingen van algemeen belang. Het ecologische uitgangspunt was een bijkomstig probleem. Het groene stond buiten het sociale.

Vanuit het perspectief van een zich urbaniserende wereld is dat begrijpelijk, maar daarom niet minder gevaarlijk. De urbane gebieden met hun prachtige variëteiten van levensstijlen worden zelf bedreigd – door problemen die rechtstreeks voortvloeien uit hun alomvattende  groei. Ik noem er een paar, al zijn het beslist niet de enige.

Klimaatverandering is minstens het gevolg van al die transportmiddelen in en naar steden. En leidt zelf weer tot steeds meer menselijk bewegen: de laatste vijf jaar zijn zo’n 140 miljoen mensen voor extreme weersomstandigheden op de vlucht geslagen. En dat, zo schat men, is nog maar het begin – Nederland gaat nog wel wat ‘gelukzoekers’ ontmoeten.

Er is ook het  voortwoekerende probleem van peak oil: de dreiging dat we nooit meer zoveel olie aan de oppervlakte zullen brengen als op het hoogtepunt van de afgelopen 150 jaar, terwijl de vraag niet afneemt. Grotendeels ook vanwege steden, en niet alleen vanwege auto’s of energie. Volgens de IEA is er genoeg olie voor minstens 50 jaar. Maar voordien komt er een moment, waarop oliewinning niet meer rendabel is. Geen mens weet wanneer. Hoe erg dat is? De huidige economische crisis begon bij de omhoogschietende olieprijzen: wellicht een flauw begin van wat ons te wachten staat.Door de wereldwijde urbanisering raken zelfs   de mondiale zandreserves stilaan in de problemen: vanwege betonbouw, vensterschijven, wegenbouw, elektronica, zonnepanelen. Ja, er is verdomd veel zand op aarde, maar niet alle zand is industrieel inzetbaar, en die zandwinning heeft nu al ecologische en sociale gevolgen.

De wijdverbreide kunstmatige verlichting doet het aantal insecten drastisch afnemen. Dat is schrikbarend, omdat driekwart van alle planten op hun bestuiving zijn aangewezen. Er bestaat ook het vermoeden, dat klimaatverandering, gepaard aan ontbossing en landbouw, leidt tot het teruglopen van het zuurstofpercentage in de atmosfeer.  Daarvan zullen we de eerstkomende honderd jaar geen last hebben, maar het toont eens te meer, dat het urbane voor niets halt houdt.

We schieten dus niet heel veel op met ‘echte democratie’, als de materiële voorwaarden ons koud laten. Wie zich blindstaart op het sociale, speelt hoog spel met de toekomst ervan. Groen gaat nu al over mensen; niet alleen over de inheemse bevolking van Brazilië, maar pakweg ook over de Duitsers die dit jaar hun welvarende woningen moesten verlaten wegens overstromingen.

Groen gaat in de toekomst nog veel dringender over mensen, en daarmee over democratie. Linkse bewegingen ontkomen er niet aan grote vraagtekens moeten plaatsen bij het urbane project. De verblinding van de stedeling kunnen wij ons niet langer veroorloven, ondanks alle prachtige voordelen. Zo is er geen manier waarop een stad kan overleven, als de gemotoriseerde beweeglijkheid aan banden moet worden gelegd. Verbouw maar eens alle aardappels en graan voor een miljoenenstad als de Randstad, maar dan pal naast de deur.

Daarom was de woede om het Taksimplein zo mooi: het is dus mogelijk dat mensen woedend kunnen worden om een handjevol bomen. De tijd begint te dringen om over de consequenties van die woede na te denken – en er iets mee te doen.

Tags: , ,

TENK is een voertuig voor kritiek en analyse. Het biedt ruimte voor een overtuigd linkse blik op onze wereld, en wil zo bijdragen aan een nieuwe politieke debatcultuur. Want linkse politiek is verwaterd. Als een aangelengde limonade zonder kleur, geur of smaak is het de laatste jaren steeds verder verdund met wisselende doses technocratie, pragmatisme en centrisme.

Nog geen reacties.

Reageer