Wie gaat over de zorg?

“Een dementerende oudere lag op de grond te schreeuwen van pijn, misschien wel een uur lang. Hij was gevallen. De laatste zorgwerker werkte tot tien uur, en ik begon pas om elf uur met werken. Een uur lang was er niemand op de afdeling. De ouderen waren aan hun lot overgelaten.”

Zorgwerkers in Amsterdam kaarten aan dat de kwaliteit van de zorg onder de maat is. Wie anders kan dit beter weten dan zij? Toch hebben zij er niets over te zeggen, blijkt in de praktijk. Maar wie dan wel?

Verpleeghuizen in Nederland hebben 370 miljoen euro extra geld gekregen om de werkdruk te verlagen. De werknemers hebben daar echter niets van terug gezien. De werknemers willen hierover in gesprek met hun werkgever, waarop de werkgever weigert in gesprek te gaan. Er wordt actie gevoerd, nog een actie, nog een actie. De werkgever weigert nog steeds in gesprek te gaan. De actievoerders zijn het zat en bezetten het verpleeghuis.

Ze krijgen het voor elkaar om in gesprek te gaan met hun werkgever over de kwaliteit van de zorg. Eindelijk kunnen ze de vraag stellen waarom ze niets terug zien van het extra geld dat ze hebben gekregen. Wat blijkt? Het extra geld wordt niet ingezet voor extra personeel, maar gestopt in het eigen vermogen, het gaat naar de bank.  De werkgever zegt dat het allemaal is goedgekeurd door het zorgkantoor.

Dus op naar het zorgkantoor, want daar is men verantwoordelijk voor de besteding van dat extra geld. Het zorgkantoor zegt dat ze geen aanleiding zien voor onderzoek, en pas over vier maanden, als ze de jaarcijfers hebben gekregen, een uitspraak kunnen doen. Maar als de zorg onder de maat is, zo horen we, dan moeten we bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg zijn.

De inspectie zegt dat ze niet gaan over de financiën, maar over de kwaliteit van zorg. Als er wordt ingebracht dat de kwaliteit ver onder de maat, omdat het geld verkeerd wordt besteed, dan horen we dat de inspectie beperkte middelen heeft. De extra gelden zijn gegeven door de politiek. Uiteindelijk gaan zij erover.

Dan gaan we naar de politiek. De wethouder gaat er niet over. Want de financiering is vanuit Den Haag. De minister zegt dat de zorgkantoren uiteindelijk verantwoordelijk zijn voor het geld. Volgens een onderzoek van de minister worden de gelden goed besteed, dus ziet zij geen oorzaak om in te grijpen. Als werknemers het niet goed vinden, moeten ze dat maar bespreken met hun werkgever.

Nog steeds geven de zorgwerkers aan dat de zorg onder de maat is, en dat er per direct wat moet gebeuren. De werkgever zegt dat hij er niets aan kan doen. Want de banken eisen dat zij twintig procent aan eigen vermogen moeten hebben. De werkgever heeft al miljoenen op de bank, en zorgt er alleen maar voor dat die miljoenen zich vermeerderen. Het is uiteindelijk wel geld bedoeld voor de zorg dat gewoon op de plank ligt. Alle verpleeghuizen in Nederland bij elkaar hebben 3,3 miljard euro op de bank staan.

Willen wij leningen geven, zeggen de banken, dan moeten wij ervan overtuigd zijn dat het een gezond bedrijf is. Daarom moeten ze geld op de bank hebben. Maar omdat het geld naar de banken gaat, gaat het niet naar de zorg, en zijn er onbemande zorgafdelingen. Er wordt bezuinigd op het eten van de mensen. Er wordt bezuinigd op zorgpersoneel, waardoor medicatiefouten worden gemaakt. Daar gaan de banken niet over, horen we, dan moet je bij de inspectie zijn.

TENK is een voertuig voor kritiek en analyse. Het biedt ruimte voor een overtuigd linkse blik op onze wereld, en wil zo bijdragen aan een nieuwe politieke debatcultuur. Want linkse politiek is verwaterd. Als een aangelengde limonade zonder kleur, geur of smaak is het de laatste jaren steeds verder verdund met wisselende doses technocratie, pragmatisme en centrisme.

Nog geen reacties.

Reageer