Wat is neoliberalisme?

D e crisis is de schuld van het neoliberalisme. Marktwerking in de zorg is neoliberaal. Samenredzaamheid is een neoliberaal doekje voor het bloeden. Omdat het voor zo ongeveer alles dat links niet zint als scheldwoord gebruikt wordt, zou je haast denken dat neoliberalisme een obligate term is.

Dat is zeker niet het geval. Maar wat is het dan wel? Naomi Woltring geeft een definitie in drie bedrijven.

Het neoliberalisme kan het beste gezien worden als een “thought collective”, een internationale gemeenschap van mensen die politieke en filosofische ideeën delen. Deze gemeenschappelijkheid van ideeën kan worden onderverdeeld in drie domeinen. In de eerste plaats is het neoliberalisme een economische theorie met een eigen kennisleer. Het neoliberalisme is echter ook een politieke, maatschappelijke en economische utopie. Tenslotte is het neoliberalisme een gouvernementaliteit, een rationaliteit die tot uiting komt in een vorm van besturen, een impliciete bestuursfilosofie.

1. Kennisleer

Het neoliberalisme als economische theorie word gekenmerkt door een bepaalde visie op kennis – een kennisleer of epistemologie. Een kennisleer bevat maatstaven waaraan ware kennis moet voldoen. Volgens neoliberalen komt economische kennis tot stand op de markt. Daar handelen individuen uit eigenbelang met elkaar op basis van de hun bekende informatie over een product. Zo komt de marktprijs tot stand. Deze prijs drukt de waarde uit die individuen aan het product hechten en is daarmee de “ware” prijs van het product. De markt is een informatieprocessor. Er is geen andere manier om de waarde van een product te bepalen dan via de markt.

Alle individuele handelingen van deelnemers aan de markt samen vormen een onzichtbare hand die de markt stuurt. Een helikopterview over de markt is onmogelijk omdat niemand alle transacties kan overzien. Kennis zit dus in de markt zelf. De consequentie van de neoliberale opvatting over kennis is dat politiek ingrijpen onmogelijk wordt. Dat verstoort immers de marktwerking. Politici hebben geen helikopterview, hebben de kennis niet om in te grijpen en kunnen die ook niet hebben. Daarmee wordt de politiek machteloos.

Hoewel neoliberalen tegen overheidsingrijpen op de markt zijn omdat dat het natuurlijke marktproces verstoort, gaan zij er niet vanuit dat zo’n “natuurlijke” markt vanzelf tot stand komt. Die moet geconstrueerd worden. Met algemene voor iedereen geldende wetten en regels moeten mensen in de markt aangezet worden tot doelbewust handelen. Daartoe moet een wereldwijde intellectuele elite overtuigd worden van het neoliberalisme. Dat gebeurde in de Mont Pèlerin Society (opgericht in 1947) waarin het neoliberale thought collective tot uitdrukking kwam, financieel ondersteund door conservatieve Amerikaanse zakenmannen.

Opvallend is dat zo’n overtuigd neoliberale elite, verenigd in de MPS, wel verder kan kijken dan haar eigenbelang en wel een helikopterview kan hebben over markt en samenleving. Een staaltje van voorhoededenken waar Lenin nog een puntje aan kan zuigen. De massa van individuen moet zijn eigenbelang najagen, maar de elite mag een grand design voor ogen hebben. Dat is de politieke kracht van het neoliberalisme. De elite beslist hoe het moet en het volk (de consument) wentelt zich in een illusie van vrijheid. De Amerikaanse econoom Philip Mirowski noemt deze verschillende waarheden voor de massa en de elite de “double truth doctrine”.[ref]Mirowski, P. en D. Plehwe (eds.) (2009), The Road from Mont Pèlerin: The Making of the Neoliberal Thought Collective. Harvard: University Press.[/ref] Die is zeer ondemocratisch.

Het standaardbeeld van het neoliberalisme dat de markt volledig zijn gang moet kunnen gaan – laissez-faire – klopt dus niet. Hoewel het onmogelijk is om een helikopterview te hebben over de markt, moet de wereldwijde elite overtuigd worden van het neoliberale grand design. En wat helpt daarbij beter dan een aansprekend utopisch verhaal?

2. Utopie

Behalve aan de hand van een visie op de productie en rol van kennis in de markt, kan het neoliberalisme gekenschetst worden aan de hand van haar utopie. Een utopie is een beschrijving van een ideale wereld. Die ideale wereld is maakbaar. Van Utopia van Thomas More tot George Orwells omgekeerde utopie (dystopie) 1984 – de samenleving kan naar de hand van de heerser worden gezet. Een utopie is bovendien alomvattend en de hele maatschappij moet op de schop. In de neoliberale utopie is het de vrije markt die de inrichting van de gehele samenleving bepaalt.

De hierboven genoemde kenmerken ontleen ik aan Hans Achterhuis. In zijn grote studie uit 1998, De erfenis van de utopie, bespreekt hij nog acht kenmerken van utopieën waaraan de neoliberale utopie zonder meer voldoet (onder meer: het individu is ondergeschikt aan aan het geheel, een radicale breuk met het verleden, de hang naar zuiverheid, geweld).

De neoliberale utopie bij uitstek wordt belichaamd door het boek Atlas Shrugged van Ayn Rand. In zijn recentere De utopie van de vrije markt schetst Achterhuis de utopie van Ayn Rand als wegbereider voor de neoliberale consensus. Plaats van handeling is de kleine staat Atlantis. Daar hebben de beste Amerikaanse industriëlen, filosofen en componisten zich teruggetrokken omdat ze de solidariteit en het “goede willen doen voor de ander” zat zijn. Omdat de besten langzamerhand allemaal uit de VS wegtrekken naar Atlantis, staat de VS op instorten. De Atlantis-bewoners doen bovendien hun uiterste best om die ineenstorting te bespoedigen. In Atlas Shrugged wordt een maatschappij geschetst die geheel drijft op eigenbelang en marktprincipes – ook zorg, persoonlijke relaties enzovoort. Mensen doen niets voor elkaar uit altruïsme, zij doen alles uit eigenbelang. In Rands filosofie krijgen we door uit eigenbelang te handelen uiteindelijk een samenleving waarin iedereen welvarend is – veel welvarender dan wanneer we uit altruïsme zouden handelen. In Atlantis zijn de sociale organisatieprincipes daarom begeerte, hebzucht en concurrentie.[ref]Achterhuis, H. (2010), De utopie van de vrije markt. Rotterdam: Lemniscaat, p.76[/ref] Voor een kritische bespreking van Ayn Rands filosofie, zie Floor Rusmans artikel ‘Ayn Rand was right’ in de Academische Boekengids.[ref]Floor Rusman, ‘Ayn Rand was right’. Het leven en de filosofie van Ayn Rand, ABG 90 (2011), http://www.academischeboekengids.nl/do.php?a=show_visitor_artikel&id=1246[/ref]

Atlas Shrugged is daarmee een echte utopie, maar wel een met een volledig ander uitgangspunt dan de bekendere socialistisch geïnspireerde utopieën. Ook Atlas Shrugged gaat om een samenlevingsvorm die maakbaar en totaal is. Anders dan in socialistisch geïnspireerde utopieën is echter het radicale individuele eigenbelang het uitgangspunt en niet het algemeen belang of een eerlijkere verdeling van welvaart over allen. Het individu moet zijn eigenbelang nastreven en wordt daarbij niet gehinderd door een samenleving waaraan hij of zij een bijdrage moet leveren. Wanneer ieder zijn eigenbelang nastreeft, gaat dat vanzelf. Atlas Shrugged is de belichaming van de neoliberale utopie en tegelijk een van de belangrijkste verspreiders ervan. Het wordt in Amerika beschouwd als het meest invloedrijke boek na de bijbel: “[Z]elfs in januari 2009, de maand waarin het Obama-enthousiasme met diens inauguratie een hoogtepunt bereikte, [werden er] nog altijd meer exemplaren […] verkocht van Atlas Shrugged dan van Obama’s boek The Audacity of Hope”.[ref]Achterhuis, H. (2010), De utopie van de vrije markt. Rotterdam: Lemniscaat, p294[/ref]

De vrijheid van de individuele consument is de centrale waarde van neoliberale denkers als Ayn Rand en Friedrich von Hayek. Neoliberalen zien in elke manier van overheidsinterventie in de economie een bedreiging van de vrijheid. Dit wordt door Foucault de “antiliberale constante” genoemd. Planning en direct staatsingrijpen in de economie zijn volgens hen basale economische fouten. Om de effecten van die fouten weg te werken, is steeds meer onderdrukking nodig, waardoor uiteindelijk altijd de politieke vrijheid in het geding komt. “[P]lanning involves a series of basic economic errors and it will constantly have to make up for these errors; and you will only be able to make up for the intrinsic error or irrationality of planning by the suppression of basic freedoms”.[ref]Foucault, M. (2008), The Birth of Biopolitics. Lectures at the Collège de France 1978-1979, New York: Palgrave Macmillan, p.178[/ref] Volgens neoliberalen is economische vrijheid daarom een voorwaarde voor politieke vrijheid.

Om die economische vrijheid te krijgen, schuwden neoliberaal geïnspireerde het geweld en de politieke onvrijheid echter niet. In haar boek The Shock Doctrine laat Naomi Klein zien hoe overheden een shock als een natuurramp of een oorlog aanwenden om neoliberaal beleid door te voeren. Kenmerkend hierbij is dat op een shock – zoals de door de VS gesteunde coup tegen Allende in Chili, het uiteenvallen van de Sovjet-Unie of de orkaan Katrina in New Orleans – een tweede, economische shock volgt: massale privatisering, deregulering en snijden in sociale zekerheid. De bevolking is dan nog confuus door de eerste shock en zal niet in opstand komen. Om ervoor te zorgen dat dit zo blijft, is er vaak een derde soort shock nodig: het zaaien van angst en terreur. Het geweld dat utopieën kenmerkt, is dus ook het neoliberalisme niet vreemd.

Het neoliberalisme is dus ook een utopie, een beschrijving van een ideale samenleving. Neoliberalisme vertoont familiegelijkenissen met andere utopieën en de gerealiseerde neoliberale utopie/dystopie kent dezelfde kwalen als andere gerealiseerde utopieën. Het neoliberalisme is echter ook invloedrijk (geweest) op plekken waar niet zo drastisch gepoogd werd de neoliberale utopie in te voeren. Daar deed het neoliberalisme opgang als een nieuwe relatie tussen bestuurder en bestuurde. Daarom is het van belang naar de laatste benadering van neoliberalisme te kijken: neoliberalisme als gouvernmentaliteit of impliciete bestuursfilosofie.

3. Gouvernmentaliteit

Wie overgewicht tegen wil gaan, kan pleiten voor meer sportveldjes in de wijk, kan convenanten afsluiten met de industrie om minder suiker toe te voegen aan pastasauzen, kan meer gymlessen in het curriculum van scholen opnemen. Een optie van een heel andere orde is mensen met een hoog BMI een hogere verzekeringspremie laten betalen. Dat zou de neoliberale oplossing zijn: mensen financieel prikkelen om zich rationeel en economisch te gedragen (en dus af te vallen). Zo’n manier van prikkelen noemt Michel Foucault een “gouvernmentaliteit”.

Foucault gebruikt het begrip “gouvernmentaliteit” om de manier waarop gedrag gestuurd wordt aan te duiden. De semantische koppeling van “gouverner” en “mentalité” in “gouvernementalité” geeft aan dat hij doelt op de mentaliteit van besturen[ref]Lemke, T. (2001) “The birth of bio-politics: Michael Foucault’s lectures at the College de France on neo-liberal governmentality” in Economy and Society 30(2), pp 190-207 http://www.thomaslemkeweb.de/engl.%20texte/The%20Birth%20of%20Biopolitics%203.pdf[/ref]. Zo’n bestuursfilosofie drukt de aard uit van hetgeen bestuurd wordt. In een neoliberaal systeem is het uitgangspunt dat individuen zich rationeel en economisch gedragen, dus worden zij op die manier aangestuurd, bijvoorbeeld door de hoogte van de verzekeringspremie BMI-afhankelijk te maken. Als we hetzelfde voorbeeld even anachronistisch naar de Sovjet-Unie verplaatsen, dan zouden de borsjtsjfabrieken van Brezjnev gewoon geen suiker meer toe mogen voegen aan de rodebietensoep.

Verschillende regimes hebben dus verschillende soorten gouvernmentaliteit. De specifieke liberale gouvernmentaliteit ontstond mede dankzij de opkomst van de politiek economische wetenschap. Met de economie kan de staat zich maar beter niet direct bemoeien, zegt deze in de 18e eeuw opkomende wetenschap, want dat verstoort de marktwerking. De economie is dus geen domein meer waarop de staat direct invloed mag uitoefenen. De economie vormt daarmee een interne beperking op wat de staat vermag.[ref]Foucault, M. (2008), The Birth of Biopolitics. Lectures at the Collège de France 1978-1979, New York: Palgrave Macmillan, p.20[/ref]

De liberale gouvernmentaliteit heet liberaal omdat hij vrijheid nodig heeft. Voor een vrije markt zijn de vrijheid om te kopen en te verkopen nodig, het vrij uitoefenen van recht op bezit, de vrijheid om te discussiëren etc. Deze vrijheden moeten geproduceerd en georganiseerd worden. Liberale gouvernmentaliteit draait dus om het managen van vrijheid[ref]Foucault, M. (2008), The Birth of Biopolitics, p.63[/ref]. Een specifieke variant van liberale gouvernmentaliteit is neoliberale gouvernmentaliteit. Foucault onderscheidt twee soorten neoliberale gouvernmentaliteit: een Duitse ordoliberale en een Amerikaans neoliberale.

Kenmerkend aan het ordoliberalisme is dat de overheid niet alleen niet direct in de economie mag ingrijpen, maar ook dat marktprincipes worden gebruikt om de staat te reguleren. Alleen een staat die economische vrijheid respecteert en daarmee ruimte maakt voor vrijheid en verantwoordelijkheid van individuen, kan uit naam van de bevolking spreken. Politiek handelen is dus alleen legitiem als het de vrije markt bevordert. Voor ordoliberalen kan sociaal beleid daar soms ook onder vallen.

Kenmerkend voor het Amerikaanse neoliberalisme van vóór 1980 is een constante kritiek op de gouvernmentaliteit van de overheid. De markt is niet meer het principe van de zelfbeperking van de overheid, maar een principe tegen de overheid. De overheid moet de wetten van de markt gebruiken, ook in haar eigen handelen[ref]Foucault, M. (2008), The Birth of Biopolitics, p.247[/ref]. Een hedendaags voorbeeld daarvan is hoe overheden aan de leiband van financiële markten liggen. De markt is niet “ slechts” een domein waar de overheid niets over mag zeggen. De markt bepaalt het handelen van de overheid op alle fronten.

In de combinatie van kennisleer, utopie en gouvernmentaliteit zit de politieke kracht van het neoliberalisme. Het aansprekende ideaal van neoliberalen is vrijheid. Economische vrijheid is een voorwaarde voor politieke vrijheid. Vandaar dat het bevorderen van economische vrijheid het uitgangspunt van de neoliberale gouvernmentaliteit is. De overheid spreekt burgers vervolgens aan in de hoedanigheid van economische subjecten en de staat wordt door burgers beoordeeld op basis van in hoeverre zij de markt mogelijk maakt. Dat leidt echter niet per se tot een vrije samenleving. Om een vrije markt in te voeren, moet het volk soms buitenspel gezet worden door de democratie in te perken. Het volk beseft nog niet dat het eigenlijk een neoliberale marktsamenleving wil en daarom moet het volk door de elite daartoe opgevoed worden. Met de afwezigheid van direct staatsingrijpen in de economie zijn de mogelijkheden voor autoritarisme en totalitarisme niet uitgebannen.

Naomi Woltring (1984) is uitvoerend secretaris van de Banning Vereniging. Daarvoor werkte ze bij de WBS en het Humanistisch Verbond. Ze studeerde politicologie en filosofie.

 

 

Tags: , ,

TENK is een voertuig voor kritiek en analyse. Het biedt ruimte voor een overtuigd linkse blik op onze wereld, en wil zo bijdragen aan een nieuwe politieke debatcultuur. Want linkse politiek is verwaterd. Als een aangelengde limonade zonder kleur, geur of smaak is het de laatste jaren steeds verder verdund met wisselende doses technocratie, pragmatisme en centrisme.

Nog geen reacties.

Reageer